vrijdag 7 november 2008

Verhaal nr. 3 = Johnny Rep: ‘’Zwangere joden bruut afgeslacht om keppels’’

6 november 2008, 2:30
Limonadeglazen suiker staan al klaar op tafel. De zoetbekken die kapot zitten te gaan op hun stoel snakken naar een slokje. Het wachten is op Peter 'kruimeldief' Malone. Malone kwam altijd fashionable-late. Hij kon het zich veroorloven. Peter was namelijk de zoon van Peter Sprokkelhout, de opera-slager. Pieter kwam wel vaker te laat, maar toch maakten de zoetbekken zich altijd zorgen. Pieter lag waarschijnlijk nog te slapen. Tijdens het slapen kunnen echter de gekste dingen gebeuren, aldus zoetbek Karel. Terwijl hij dat zei kwam er een penetrante zoute kutlucht uit zijn mond. De andere zoetekauwen vonden dit niet gezellig en zoet genoeg en zeiden er wat van. Karel is een mannetje dat snel op zijn teentjes is getrapt. Dan loopt hij rood aan en begint puberale angstkreten uit te stoten. Uit woede nam Karel een forse slok suiker en lachte er gemeen bedoeld bij. Maar op dat moment kwam Peter binnen. Karel verloor zijn (toch al belabberde) evenwicht en viel van zijn kruk. Hij kwam zeer gemeen op z’n nek terecht. De nek spatte uit elkaar in duizenden stukken. Zo gaat dat nu eenmaal bij zoetbekken. Peter rende in slow motion naar Karel, om hem vervolgens een loer te draaien. Hij pakte zijn loer, plantte hem in de neus van Karel, en begon als een malle pelikaan te draaien. Het leek wel kermis. Zoetbek Warem van den Kudt had namelijk zojuist de jaren '80 klassieker Pinguin-dans van De Kermisklanten opgezet. En goed hard ook. Wat een heerlijk muziekje had Karel dit gevonden. Simpelweg omdat het gewoon een heerlijk muziekje wás. Karel zou er tranen van in zijn ogen hebben gekregen.
Peter werd altijd hitsig van De Kermisklanten. Nu ook. Hij balde zijn vuist, likte hem om hem vervolgens in de suiker te laten glijden. Een gesuikerde vuist was het logische resultaat. De menigte keek vol bewondering naar Peter. Hij kon al niet stuk, maar nu al helemaal niet meer. Hij moest de nieuwe Messias zijn, dat kon toch niet anders? Of ze moesten de Messias gemist hebben. Misschien waren de zoetbekken wel een keer niet thuis toen de Messias langs kwam? Of ze hoorden de bel niet? Het behoort tot de mogelijkheden, maar de kans was klein dat Peter de Messias niet was. Hij kon namelijk ook nog een behoorlijk potje tennissen (clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal). Even resumeren: Pieter 'kruimeldief' Malone. 46 jaar oud/jong (hier kan je hem heel pissig mee maken). Zoetbek. Fashionable-late. Zoon van opera-slager Sprokkelhout. Loer. De Kermisklanten. Suiker-vuist. Clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal (hij heeft ook een keer het aardbeientoernooi gewonnen). Zoetbek Steve wist het zeker: aan mijn tafel zit de Messias.
Steve viel graag in de smaak bij homo Pieter. Hij sprak dan ook regelmatig met Pieter over homoseksualiteit. Steve zei dan dat hij homo's "geweldige mensen" en "echte dierenvrienden" vindt. Diep in zijn hart, hekelde hij homo's. Vooral de gedachte aan wat homo's met elkaar uitvreten, deed hem kotsen. Hij moest er niet aan denken met een lul in zijn nek in de file te staan. Files maakten hem namelijk zenuwachtig. De lul werkte volgens Steve dan als drugs. Die zouden zijn nerveuze buikgevoelens alleen maar versterken. Steve durfde vanwege de homoseksualiteit van Pieter, niet aan hem te vragen of hij ook werkelijk de Messias was. Andere zoetbekken durfden het wel, maar Steve stak daar dan steeds een stokje voor. Meestal trok hij dan een potje zout, en vaak hield de zoetbek in kwestie dan zijn bek wel. De zoetbekken zullen om die reden nooit te weten komen, of Pieter de Messias is. Het enige dat zij kunnen doen is wachten, op de dood van Steve, en drinken van veel, heel veel limonadeglazen suiker.

Verhaal 3
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)

Geen opmerkingen: