5 mei 2008, 18:05
Ik struikel uit me balans, en val in het gras. Ik stond net zo lekker stabiel tegen een boom aan te leunen. Ach, het blijft het Vondelpark. In de volksmond ook wel bekend als Het Park waar je zo je evenwicht verliest. En ik maar denken dat ik de uitzondering op de regel was…. Zo stom was dat nou ook weer niet om te denken. Mijn huisvriend Sir Isaac Newton (dat hij niet van ruwe spelletjes houdt wil NIET zeggen dat hij dan gelijk homoseksueel is, wanneer leren we dat nou eens…) zei eens: Lex III. Actioni contrariam semper et aequalem esse reactionem: sive corporum duorum actiones in se mutuo semper esse aequales et in partes contrarias dirigi, en aangezien ik daarop de uitzondering was die zijn regel bevestigde dacht ik dat ik die uitzondering (ditmaal in het Vondelpark) wéér was. Maar het tegendeel bleek waar; ik verloor namelijk óók mijn evenwicht.
Toevallige en minder toevallige voorbijgangers (Ja, ik heb het over jou Mojanus. Dat je daar liep op het moment dat ik viel was echt niet toevallig, ook al zou jij dat natuurlijk nooit toegeven. Koppige Lul.) keken me vol afgrijzen aan toen ik in het gras lag. Ik lag in een, laten we het zo zeggen, niet zo charmante positie. Benen wijd en prut op de knieën. Iedere zichzelf respecterende parkbezoeker kent deze positie. Je zou het liefst door de grond willen zakken, maar bedenkt je dan net op tijd dat dat wel het laatste is wat je moet doen.
Maar tot mijn opluchting kreeg ik hulp uit onverwachte hoek. Natuurlijk uit ONverwachte hoek! Zou de hulp uit verwachte hoek komen, dan zou ik natuurlijk niet zo in paniek zijn geweest, wetende dat de hulp vanzelf wel zou komen.... Enfin.
De mensen sloegen hun ogen van mij af! Wat was dit nou weer? Waarom keken ze niet meer naar mij, terwijl ik daar zo hulpeloos lag? Menig cabaretier die langs zou zijn gelopen zou minimaal 2 goeie grappen hebben kunnen schrijven over mijn situatie. Maar men keek ergens anders naar. Wat bleek: achter mij had zich vanuit het niets een papegaai gesetteld. Inclusief schommelstoel en bijpassende wandelstok (hoe ironisch) met van die wapperdingen aan de onderkant. Het dier zat rustig in zijn stoel ergens op te kauwen. Ik heb me laten vertellen dat het ging om stront. Ik hoorde alleen gesmak. Zijn ogen waren wijd opgesperd en hij scheen heel ambitieus met poep te smakken tussen zijn lippen. Vind je het gek dat niemand meer naar mij keek?
Maar ik zou dus mij oprechte dankbetuiging willen geven aan deze Papegaai. Hij heeft mijn leven gered. Door hem heb ik weer kunnen opstaan zonder dat iemand het zag, en heb ik Het Vondelpark weer kunnen verlaten.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten