2 november 2008, 17:19
Verlangens koester ik allang niet meer, Nachtegaaltje van me. Die liet ik varen nadat je zo heftig begon te zweten. Ik kan het wel begrijpen, maar je kan me niks kwalijk nemen. Ik neem jou. Pijnlijk schmink ik je achterdochtig uit de losse pols. Jij vindt dit niet amusant en hekelt mijn lakse talenten. Ik daarentegen gooi nog een koperstuk in de muur en trek een kroket uit haar hokje. Buiten schijnt de maan, binnen schijn ik. Leg je er maar bij neer, schatje. De dienst uitmaken ligt mij gewoon heel erg goed. Wil je spaghetti voor me maken? Ik heb onwijze honger. Binnen 5 minuten op tafel als het even kan. Ik pak het eremetaal en draai wat Italiaanse slierten in me soep-eter. Gulzig zet ik ze aan mijn lippen en lik. Smaakt aardig, en dus ga ik door. Helemaal het mondje in. Dit zal ze leren.
Ik eet alles op, en beweeg me richting mijn luie zetel. Ik plof me erin, kijk naar beneden om me vervolgens tot God te richten: “God, waar heb ik dit aan te danken? Ik ben bereid om alles te doen om me weer superieur te voelen. Soms heb ik het gevoel dat andere mensen beter zijn dan mij, maar we weten natuurlijk allebei dat dit koeienpoep is. Flitsen van dogma’s razen over mijn snelweg, als gebakken troubadours. Niemand weet dan meer wat echt is en wat niet. Ik zelf al helemaal niet. De enige oplossing die ik kan bedenken is zo metaforisch dat ik hem niet eens uit kan spreken, laat staan uitvoeren. Ik ben ten einde raad. Help mij.” Ik sta op. Trek mijn jas aan, en doe de deur open. Buiten is het al donker, en de sloot ligt er weer diep bij. Waar is de klassieke muziek als je het nodig heb? De nacht strekt zich uit als een gapende beer. Violen zwellen op, om vervolgens genadeloos de genade klap te geven. Recht in mijn bakkes. Die zag ik aankomen, dat maakt het natuurlijk nog zuurder allemaal. Ik dwarrel naar het einde van de straat. Ik kijk goed om me heen. Een penetrante zweetlucht boort zich in mijn neus en ogen. Voor mij ligt een zwerver te slapen. Ik maak hem wakker door hem zachtjes tegen de schenen te trappen. Ik geef hem mijn mes en beveel hem mij in de borst te steken. Hij kijkt mij verbaasd aan en weigert. Ik geef hem mijn zilveren horloge en eis dat hij het doet. Ik verwachtte natuurlijk dat hij om meer dingen zou vragen alvorens het misschien te doen, maar plots steekt hij zijn arm naar achteren en met een korte beweging steekt hij mijn mes in me middenrif. Met een glimlach stort ik ter aarde. Het enige dat toen te horen was, was mijn paniekerige bulderlach. De zwerver gaf me mijn horloge terug en trok zich terug in mijn wereld, de verrotte wereld.
vrijdag 7 november 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten