27 april 2008, 19:38
Wat een ontzettend lekker koekje, dacht Tiemert. Bord vol Bastognekoekjes op schoot en het nieuwe wielrennen kon wat hem betreft beginnen. Tiemert schoof de kooi van Marlies opzij, zodat hij geen last zou hebben van de Papegaai die normaliter in haar hok voor de tv zat. Daar schreef zij kookboeken vol over Mart Smeets, haar grote idool. Marlies was net met een hoofdstuk bezig over Mart toen hij in 1978 weer eens zijn stoute schoenen uittrok om vervolgens een vrij redelijke choco-taart te maken. Een vreemde actie, vond Marlies. Zij hield helemaal niet van taart. "Geef mij maar nootjes" is dan ook een veel gehoorde uitspraak van de middelbejaarde papegaai. Tiemert had schoon genoeg van die uitspraak en gaf met zijn stok een ferme tik op de papegaaienkooi. Waar hij echter niet bij nadacht, was dat hij de kooi zojuist nog verschoond had. Rood liep hij aan en spontaan begon hij te bellen. Het was een mooi gezicht: Tiemert die zichtbaar beschaamd probeerde te bellen, terwijl Marlies de papegaai gewoon rustig doorging met schrijven. Echter, dit was niet genoeg om Maarten Ducrot op tv de bek te snoeren. Clichématig begon hij te reppen en roeren over kastelen rond Franse wielerlandschappen. "Gaat ie staan pissen, op een moment waar de hersenen uit de oren komen als gebraden kroketten!", ging Ducrot verder met zijn tirade jegens Herbert Dijkstra. Herbert Dijkstra was wielerverslaggever annex lijfwacht en hier maakte Maarten Ducrot dankbaar misbruik van. Dijkstra liet eigenlijk altijd op zich zitten, maar deze keer was hij het zat. Hij gooide het Grote Kastelenboek uit het verslaggevershokje en spuwde er nog wat snot achterna. Met deze actie liet hij Ducrot ongegeneerd zitten met een bek vol tanden. Voor het eerst had Wieler Grootheid Maarten Ducrot geen weerwoord en hij wist wat dat betekende (het stond immers in zijn contract): als Ducrot geen weerwoord heeft zal hij sterven. Echter, daar stuiten we direct op een grof misverstand van de heer Dijkstra. Het was namelijk zo dat híj zal sterven die Maarten Ducrot geen weerwoord gunt. Tiemert zat nog altijd met de telefoon in de handen en hoorde het schouwspel op tv met lede oren aan. Hij besloot Dijkstra op zijn mobiel te bellen. Tiemert toetste met bezwete vingers het nummer van Herbert Dijkstra in en wachtte op antwoord. Hij hoopte maar dat hij niet te laat was. Tiemert kreeg omgerekend namelijk nog zeker 38 pils van Dijkstra. Nee, het leven van een wielerverslaggever gaat niet over rozen. Hij begon zich al rijk te rekenen, maar Herbert nam de telefoon niet op. Totdat hij na 10 minuten onafgebroken bellen iets wonderbaarlijks zag. Hij zag Herbert op tv in een fluwelen pyjama, met een misvormde grijns op zijn gelaat, de telefoon live opnemen voor een miljoenenpubliek. Maarten Ducrot trachtte de regisseur nog over te halen om naar de commercials over te schakelen, maar dat mocht niet baten. Raasballend transformeerde Herbert van een heel rare man tot een enorme negroide berg rubber.
Hij was heen gegaan. Ik kan u verzekeren dames en heren, als je bezweet op de bank zit te bellen met een papegaaienkooi voor je neus waarin een middelbejaarde papegaai kookboeken over Mart Smeets schrijft dan is het laatste wat je wel wil zien een Herbert Dijkstra die zonder pardon in een enorme negroïde berg rubber verandert. Believe me. Dat Maarten Ducrot geen wielrenner meer is bleek daarna. Allereerst omschrijft hij met plezier in zijn stem het voorgevallen incident als een tragedie, waarna hij de draad van de wedstrijd rustig oppakt. Zoals eigenlijk alleen een kille vakman dat kan. De draad van de wedstrijd; het omschrijft het nieuwe wielrennen prachtig. De meeste renners zaten immers al de gehele race op het vinkentouw. Tiemert kon dit aan de ene kant wel waarderen; hij had immers nog steeds een bord vol Bastognekoeken op zijn schoot. Maar anderzijds ook weer niet. Namelijk, wanneer hij het mysterieuze bord zou omdraaien, dan zouden de koeken er stuk voor stuk, dan wel tegelijk uitvallen. Dat had grote gevolgen voor het bord. Deze zou dan namelijk leeg zijn, in plaats van vol. Ja, en probeer jij maar eens te genieten van Het Nieuwe Wielrennen met een léég bord Bastognekoeken op je schoot. Je zult ééns op moeten staan om een sapje uit de koelkast te halen om je dorst te lessen, en je zult dan op die overheerlijke Bastognekoeken gaan staan. Dat zou geweldig zonde zijn en dat moet je dan ook niet willen. De conclusie is helder: het wielrennen is niet wat het geweest is. Medeschuldigen zijn de arbeiders van LU die hun Bastognekoeken steeds lekkerder maken. In de jaren '70 had je enkel nog theebiscuitjes, geen probleem om op te staan. En dan zeuren de mensen maar dat de doping het wielrennen kapot maakt. Neen, mensen. Het zijn de lui van LU. De gore klootzakken. En zelf de hele dag verantwoord fruit eten, maar ondertussen ons opzadelen met overheerlijke Bastognekoeken. Ze slopen het wielrennen. Hier houdt dit verhaal dan ook op. Amador en Pindahaai: we have a war to fight, a war against cookies.
Verhaal 2
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
vrijdag 7 november 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten