vrijdag 7 november 2008

De homofiele viervoeter

17 juni 2008, 15:28
Ik kwam me laatst een mooi beestje tegen. Hij noemde zichzelf Joppe [Frans uitspreken svp, vermeldde hij erachteraan]. Ik proefde al dat er iets niet klopte. Ik likte namelijk gierig aan zijn oren. Achteraf praten is natuurlijk makkelijk, maar nu weet ik pas wat hem merkwaardig maakte. Dit beest had een roze cape om zijn lichaam. Joppe, de hond, praatte tegen mij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dit is natuurlijk niet het geval, ook al beweren de Media iets anders. Laat u niks wijsmaken. Luister alleen naar mij, en het komt misschien allemaal nog goed met u.
‘Ken ik jou niet ergens van’?, probeerde ik tevergeefs. Maar Joppe pareerde werkelijk op briljante wijze de ene na de andere briljante vraag van mij. Langzaam begon IK de hond te worden van de twee. Hij draaide de rollen om! Wat was het toch een leep manneke. ‘Ken ik JOU ergens van’? , vroeg de hond met een allure die ik niet gewend was van dit soort type beesten. ‘Niet dat ik weet’, zei ik met een snik in me stem (tsja, ik moest toch íets proberen?!). Joppe keek me vol argwaan aan, hij wist dat ik loog. ‘Je ziet eruit alsof je wel een pilske kan gebruiken’. ‘Dat klopt’, zei ik. Hij nam me bij me arm (zoals een homofiele hond betaamt) en stak met mij de straat over. De straat waar het inmiddels ijzingwekkend rustig was voor deze tijd in het weekend. Ik telde hooguit 3 passerende auto’s. Een grijze Renault Clio (met Duits kenteken), een Volkswagen Golf (met kapot achterlicht) en een Ford Ka (vraag me niet hoe die eruit zag, ik wil jullie namelijk niet kwetsen).
We stapten de eerste de beste kroeg binnen en gingen aan de bar zitten. ‘Twee bier en een portie borrelnootjes’, zei Joppe tegen de barman. De manier hoe hij nootjes uitsprak beviel me allerminst. Hij wilde iets van me, dat was inmiddels wel duidelijk. We kregen de twee pilsjes en een bakje nootjes en Joppe begon tegen me te praten. ‘Wil je iets voor me doen?’, vroeg hij. Ik kon alleen maar onderdanig knikken, dus dat deed ik dan ook. ‘Ok, luister goed. Zie je die vrouw daar in de hoek? Met dat rode jasje?’ En of ik die zag, wat een spuuglelijk jasje had ze aan. ‘Je gaat zodirect naar haar toe en vraagt haar of ze van honden houdt. Vervolgens voer je haar een borrelnootje en als ze die op heeft vraag je haar of ze zin heeft om mee te naar de bar, waar een vriend van je zit.’ Joppe zat daar op die barkruk met een strakke hondenblik in zijn ogen. Ik vroeg waarom ik dit moest doen, maar het zei dat ik dat straks vanzelf wel zou zien.
Ik stapte van me kruk af en liep op de desbetreffende dame af. Ze zat daar in een hoek van de kroeg met een verveelde blik in haar ogen. ‘Hallo daar’, riep ik. De muziek stond namelijk erg hard aan. ‘Hallo’, zei ze zonder opkijken. ‘Vind je het goed als ik naast je kom zitten?’. ‘Ach, als je dat echt wil, maar ik ga niet met je neuken’. Pfff, deze dame zou geen gemakkelijke prooi worden. ‘Hou je van honden?’ Ze keek eindelijk op en keek me recht in de ogen. ‘Wat is dat nou voor een onnozele vraag?’, vroeg ze me. Vervolgens opende ik haar mond en stopte ik het borrelnootje dat ik de hele tijd in mijn hand had gehouden in haar mond. Het was een beetje gaan smelten in mij warme handen. De vrouw keek me vol ontzag aan, ik had haar in mijn macht. ‘Heb je zin om mee te gaan naar de bar? Waar een vriend van me zit.’ ‘Ja daar heb ik wel zin in, zei ze met een geile blik in haar ogen.’ Dit ging wel heel makkelijk dacht ik bij mezelf. Waar had die homofiel hond van een Joppe deze trucs geleerd? Ik nam de dame mee naar de bar (ze zou, bleek later, Makreëla heten). Ze zag Joppe zitten en toen begon ze opeens te bulderen van het lachen. Ze rende naar de hond toe en begon hem driftig te aaien en te knuffelen, geil als ze was. Joppe tuitte zijn lippen en Makreëla deed gewillig het zelfde. Een dame met een lelijk rood jasje was op dat moment een homofiele hond met een roze cape vol op zijn mond aan het kussen, in een drukke kroeg. Ik stond daar maar, en kon niks uitbrengen. Maar toen gebeurde er nóg iets wonderbaarlijkers. Joppe veranderde langzaam aan in een knappe man. En niet eentje die op mannen viel, nee. Eentje waar iedere vrouw van droomt (en Makreëla dus ook). Zij leek allerminst verrast, want ze pakte zijn hand en samen liepen ze de kroeg uit. Mij verbouwereerd achterlatend. ‘Doe mij nog maar een pilsje’, schreeuwde ik tegen de barman. ‘Komt voor de bakker’.

Geen opmerkingen: