woensdag 26 november 2008
Tijd voor Max (65+ omroep Max)
Een paar dagen van te voren stuurde ik een mailtje voor de reserveringen. Een dag later kreeg ik een mailtje terug (met routebeschrijving) dat we donderdag 20 november om 16.30 uur werden verwacht op het Mediapark studio 32 in Hilversum. We moesten het Mediapark oplopen en dan de eerste straat rechts nemen en dan doorlopen tot de rode loper. En daar moesten we naar binnen. De koffie en thee zou al klaar staan.
Dus zo gezegd zo gedaan. En op 20 november zaten we daar met een kopje thee tussen allemaal ietwat oudere mensen. We werden wat vreemd aangekeken, maar voor de rest werd er niet moeilijk gedaan. Het programma begon een uurtje later om 17.30 uur. Er stonden drie zichtbare camera’s opgesteld met ieder drie cameramannen. Ook was er een opnameleider (plus een opnameleider-stagiar die ons de studio in liet), een mannetje die aangaf wanneer je moest klappen, één make-up stylist, drie mensen van de regie en de twee presentatoren. Dus een totaal van twaalf mensen op en rond de vloer. Op de aftiteling stond niet hoeveel mensen er aan het programma hadden meegewerkt. Er stond alleen op door wie het geproduceerd was (Omroep MAX), van welk merken de kleding van Martine en Sybrand waren (respectievelijk BANDOLERA en ModeMall Piet Zoomer) en een kopje Met Dank Aan (RegioNED en Ton Overmars).
De presentatoren zouden eerst een intro praatje houden met alle onderwerpen van het programma. Dat werd dan nog voor het reclameblok uitgezonden. Daarna zou het programma beginnen. Het is een live programma en daar kan niet in geknipt worden. Dit is natuurlijk een risico, zoals ook te zien was. Want in het intro vertelde Sybrand Niessen dat ze een onderwerp hadden over longkanker en de kijk van beeldend kunstenaars daarop, maar hij kan moest op zijn krukje gaan zitten maar hij viel er bijna naast. Hij moest lachen. Dit alles was natuurlijk een beetje ongelukkig, en zou er normaliter uitgeknipt zijn. Het feit dat het dus een live programma is heeft ook consequenties voor de herhaling op tv. Het was namelijk precies hetzelfde als toen wij bij de opnamen waren. Wel zie je natuurlijk gasten iets beter, omdat ze af en toe inzoomen op de gezichten. Als je erbij bent dan zie je natuurlijk niet op wie ze inzoomen.
De toon was gezet. De reclame was voorbij en het programma kon echt beginnen. Sybrand Niessen en Martine van Os beginnen met het doornemen van de kranten van vandaag. Herman Kuiphof was overleden. En andere artikel ging over dat Nederland een nieuwe krant rijker was, namelijk The Planet Times. Het was een gratis krant en twee mensen van die krant gingen er even over praten, waaronder de hoofdredacteur Max Herold. Puur toeval dat hij Max heette.
Het volgende onderdeeltje van de show bestond uit ene Michiel Akkerman die elke dag achter het internet zit en daarop de leukste filmpjes uitzoekt. Dit keer had hij er eentje meegenomen waarop een model te zien was die een paar keer van de catwalk afviel. Dit filmpje viel niet echt in de smaak bij het veelal oude publiek.
Nu was het tijd voor de hoofdgast van de show; Johnny Kraaijkamp jr. Martine en Sybrand beginnen met de zogeheten dilemmavragen. Er worden twee dingen gezegd en de gast moet er eentje kiezen. Kamperen of hotel? Rijk of beroemd? Vrijgezel of familieman? Dat soort vragen. Vervolgens een rondje kijkersvragen, zoals: Hoe gaat het met je vader?
In het volgende item werd er een filmpje gestart over twee boswachters in het Biesbos. Een oudere boswachter die figuurlijk het stokje overgaf aan een jongere boswachter. Er werd vertelt dat het respectievelijk de oudste en de jongste boswachters van Nederland waren. Ze vertelden over hun werk en hun passie voor de natuur.
Vervolgens kregen we weer de tafel te zien. Hieraan waren inmiddels twee mensen aangeschoven. Een arts en een longkankerpatiënte. Aanleiding was het project Long Stories waarin beeldend kunstenaars kunst maken aan de hand van levensverhalen van verschillende longkankerpatiënten. Ze praatten over hun eigen ervaringen met longkanker en over het project.
Voor het volgende item werd er weer een filmpje gestart. Ditmaal met de veelzeggende naam: Kleren maken de Man. Kijkers geven hun partner op voor een metamorfose qua kledij. Dit keer was er een man die in de zeevaart zat en zijn vrouw was dus niet blij met zijn kleding stijl (die volgens hem gewoon lekker moest zitten). De man kreeg een trendy look en als ie beloofde de nieuwe kleding vaker aan te trekken mocht hij de nieuwe, trendy kleding houden.
Vervolgens een item met een vrouw die allerlei tips gaf om te bezuinigen tijdens de aankomende feestdag.
Terug naar de tafel met hoofdgast Johnny Kraaijkamp jr. Hij begon steeds meer een ongeïnteresseerde houding aan te nemen. Het publiek om ons heen had niks door. Het gesprek kabbelde voort over de feestdagen en belande uiteindelijk bij zijn rol in de nieuwe musical waarin Kraaijkamp speelt, Cabaret genaamd. Sybrand wist niet dat Johnny kon zingen en dat zegt hij dan ook. Johnny moet zich zichtbaar inhouden en zegt: ‘Blijkbaar dus wel’. De regie voelt dat het tijd is voor het outro-muziekje en start de band. Martine probeert de boel te redden en kondigt dat het het einde van de show is. Er volgt nog een laatste boodschap (dat er kaarten gewonnen kunnen worden voor musicalvoorstelling Cabaret) en dat aankomende maandag Joris Linsen te gast is.
Ik vind het lastig om een exacte schatting te maken over de kosten van een uitzending. Maar aangezien Omroep MAX niet zo groot is als bijvoorbeeld RTL zal het een stuk lager zijn dan bijvoorbeeld bij het rtl-programma Succes Verzekerd. Ik denk dat de meeste kosten zitten in de camera’s, de catering en de salarissen van de twee presentatoren. En dan vooral dat van Sybrand Niessen. Die staat er toch wel bekend om dat hij niet goedkoop is.
vrijdag 7 november 2008
Verhaal nr. 3 = Johnny Rep: ‘’Zwangere joden bruut afgeslacht om keppels’’
Limonadeglazen suiker staan al klaar op tafel. De zoetbekken die kapot zitten te gaan op hun stoel snakken naar een slokje. Het wachten is op Peter 'kruimeldief' Malone. Malone kwam altijd fashionable-late. Hij kon het zich veroorloven. Peter was namelijk de zoon van Peter Sprokkelhout, de opera-slager. Pieter kwam wel vaker te laat, maar toch maakten de zoetbekken zich altijd zorgen. Pieter lag waarschijnlijk nog te slapen. Tijdens het slapen kunnen echter de gekste dingen gebeuren, aldus zoetbek Karel. Terwijl hij dat zei kwam er een penetrante zoute kutlucht uit zijn mond. De andere zoetekauwen vonden dit niet gezellig en zoet genoeg en zeiden er wat van. Karel is een mannetje dat snel op zijn teentjes is getrapt. Dan loopt hij rood aan en begint puberale angstkreten uit te stoten. Uit woede nam Karel een forse slok suiker en lachte er gemeen bedoeld bij. Maar op dat moment kwam Peter binnen. Karel verloor zijn (toch al belabberde) evenwicht en viel van zijn kruk. Hij kwam zeer gemeen op z’n nek terecht. De nek spatte uit elkaar in duizenden stukken. Zo gaat dat nu eenmaal bij zoetbekken. Peter rende in slow motion naar Karel, om hem vervolgens een loer te draaien. Hij pakte zijn loer, plantte hem in de neus van Karel, en begon als een malle pelikaan te draaien. Het leek wel kermis. Zoetbek Warem van den Kudt had namelijk zojuist de jaren '80 klassieker Pinguin-dans van De Kermisklanten opgezet. En goed hard ook. Wat een heerlijk muziekje had Karel dit gevonden. Simpelweg omdat het gewoon een heerlijk muziekje wás. Karel zou er tranen van in zijn ogen hebben gekregen.
Peter werd altijd hitsig van De Kermisklanten. Nu ook. Hij balde zijn vuist, likte hem om hem vervolgens in de suiker te laten glijden. Een gesuikerde vuist was het logische resultaat. De menigte keek vol bewondering naar Peter. Hij kon al niet stuk, maar nu al helemaal niet meer. Hij moest de nieuwe Messias zijn, dat kon toch niet anders? Of ze moesten de Messias gemist hebben. Misschien waren de zoetbekken wel een keer niet thuis toen de Messias langs kwam? Of ze hoorden de bel niet? Het behoort tot de mogelijkheden, maar de kans was klein dat Peter de Messias niet was. Hij kon namelijk ook nog een behoorlijk potje tennissen (clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal). Even resumeren: Pieter 'kruimeldief' Malone. 46 jaar oud/jong (hier kan je hem heel pissig mee maken). Zoetbek. Fashionable-late. Zoon van opera-slager Sprokkelhout. Loer. De Kermisklanten. Suiker-vuist. Clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal (hij heeft ook een keer het aardbeientoernooi gewonnen). Zoetbek Steve wist het zeker: aan mijn tafel zit de Messias.
Steve viel graag in de smaak bij homo Pieter. Hij sprak dan ook regelmatig met Pieter over homoseksualiteit. Steve zei dan dat hij homo's "geweldige mensen" en "echte dierenvrienden" vindt. Diep in zijn hart, hekelde hij homo's. Vooral de gedachte aan wat homo's met elkaar uitvreten, deed hem kotsen. Hij moest er niet aan denken met een lul in zijn nek in de file te staan. Files maakten hem namelijk zenuwachtig. De lul werkte volgens Steve dan als drugs. Die zouden zijn nerveuze buikgevoelens alleen maar versterken. Steve durfde vanwege de homoseksualiteit van Pieter, niet aan hem te vragen of hij ook werkelijk de Messias was. Andere zoetbekken durfden het wel, maar Steve stak daar dan steeds een stokje voor. Meestal trok hij dan een potje zout, en vaak hield de zoetbek in kwestie dan zijn bek wel. De zoetbekken zullen om die reden nooit te weten komen, of Pieter de Messias is. Het enige dat zij kunnen doen is wachten, op de dood van Steve, en drinken van veel, heel veel limonadeglazen suiker.
Verhaal 3
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
Nachtegaaltje van me
Verlangens koester ik allang niet meer, Nachtegaaltje van me. Die liet ik varen nadat je zo heftig begon te zweten. Ik kan het wel begrijpen, maar je kan me niks kwalijk nemen. Ik neem jou. Pijnlijk schmink ik je achterdochtig uit de losse pols. Jij vindt dit niet amusant en hekelt mijn lakse talenten. Ik daarentegen gooi nog een koperstuk in de muur en trek een kroket uit haar hokje. Buiten schijnt de maan, binnen schijn ik. Leg je er maar bij neer, schatje. De dienst uitmaken ligt mij gewoon heel erg goed. Wil je spaghetti voor me maken? Ik heb onwijze honger. Binnen 5 minuten op tafel als het even kan. Ik pak het eremetaal en draai wat Italiaanse slierten in me soep-eter. Gulzig zet ik ze aan mijn lippen en lik. Smaakt aardig, en dus ga ik door. Helemaal het mondje in. Dit zal ze leren.
Ik eet alles op, en beweeg me richting mijn luie zetel. Ik plof me erin, kijk naar beneden om me vervolgens tot God te richten: “God, waar heb ik dit aan te danken? Ik ben bereid om alles te doen om me weer superieur te voelen. Soms heb ik het gevoel dat andere mensen beter zijn dan mij, maar we weten natuurlijk allebei dat dit koeienpoep is. Flitsen van dogma’s razen over mijn snelweg, als gebakken troubadours. Niemand weet dan meer wat echt is en wat niet. Ik zelf al helemaal niet. De enige oplossing die ik kan bedenken is zo metaforisch dat ik hem niet eens uit kan spreken, laat staan uitvoeren. Ik ben ten einde raad. Help mij.” Ik sta op. Trek mijn jas aan, en doe de deur open. Buiten is het al donker, en de sloot ligt er weer diep bij. Waar is de klassieke muziek als je het nodig heb? De nacht strekt zich uit als een gapende beer. Violen zwellen op, om vervolgens genadeloos de genade klap te geven. Recht in mijn bakkes. Die zag ik aankomen, dat maakt het natuurlijk nog zuurder allemaal. Ik dwarrel naar het einde van de straat. Ik kijk goed om me heen. Een penetrante zweetlucht boort zich in mijn neus en ogen. Voor mij ligt een zwerver te slapen. Ik maak hem wakker door hem zachtjes tegen de schenen te trappen. Ik geef hem mijn mes en beveel hem mij in de borst te steken. Hij kijkt mij verbaasd aan en weigert. Ik geef hem mijn zilveren horloge en eis dat hij het doet. Ik verwachtte natuurlijk dat hij om meer dingen zou vragen alvorens het misschien te doen, maar plots steekt hij zijn arm naar achteren en met een korte beweging steekt hij mijn mes in me middenrif. Met een glimlach stort ik ter aarde. Het enige dat toen te horen was, was mijn paniekerige bulderlach. De zwerver gaf me mijn horloge terug en trok zich terug in mijn wereld, de verrotte wereld.
Bert van Leeuwen
Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: That’s the Question (een programma van de Evangelische Omroep) is een heel erg vervelend en naar programma. In het programma moeten kandidaten antwoorden vormen met letters die vooraf gegeven zijn. Ook is er een extra letter, en die komt dan in de zin die aan het eind van de ronde geraden moet worden. Deze zin is een vraag en die moeten ze dan weer beantwoorden. Diegene die de vraag heeft geraden krijgt twee foto’s te zien die te maken hebben met de vraag. Als de eind vraag bijvoorbeeld is: Wie is de presentator van Tijd voor Max (antwoord is natuurlijk de geniale Sybrand Niessen)? Dan krijgt de kandidaat die de vraag goed had beantwoord twee foto’s te zien en moet dan raden wie van de twee Sybrand is.
Snapt u het nog? De programmamakers proberen met deze verwarrende opzet te verbloemen dat het programma eigenlijk geen zak voorstelt. En nu heb ik het nog niet eens gehad over het enfant terrible (de Judas zoals u wilt) van de EO; Bert van Leeuwen. Bert van Leeuwen zegt u? Waar ken ik die ook alweer van? Nou, die kunt u kennen van het eveneens belabberde programma Het Familie Diner. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. Bert van Leeuwen dus. Vaak kan hij zich niet inhouden als een kandidaat het antwoord op een (in zijn ogen zeer makkelijke) vraag niet weet. Bert moet dan altijd een beetje lachen. Maar niet op een lieve manier. Bert lacht dan gemeen. Vaak ook een beetje sarcastisch. Zo van: hahaha dat je dat niet weet! Misschien is het woord grinniken beter op zijn plaats. Ik denk dat Bert van Leeuwen ook de site van That’s the Question in elkaar zet. Want als je daar heen surft is het eerste dat je leest de zin: Leuk dat u mee wilt doen aan ‘That’s the Question’. Op deze pagina kunt u het aanmeldingsformulier aanklikken waarmee u zich kunt opgeven als kandidaat. Wat een arrogantie! Typisch Bert. Wie zegt dat ik mee wil doen met het programma?! Misschien zocht ik wel naar That’s the Session, en kwam ik per ongeluk op de site van Bert.
Over het decor heb ik ook weinig goeds te melden. Achter de deelnemers staat een geel/lime-groen decor waar ik nog steeds niet van weet wat voor vorm het precies moet voorstellen. Ook de deskjes van de kandidaten zijn niet om aan te zien. Ik houd meestal wel van geel, maar deze tint geel doet vrij weinig met me. Zoals Glen Creeber in het Television Genre Book zegt is de quizshow erg makkelijk en goedkoop te maken (blz. 80, Television Genre Book). Hier kan ik me volkomen in vinden als ik That’s the Question naast deze uitspraak leg. De show heeft een goedkope uitstraling. Ook het prijzengeld is erg laag. Ze kunnen (mits ze gewonnen hebben) wel terug komen! Dit verzacht de pijn nog enigszins. De programmamakers hebben weinig tijd gestoken in het decor en in het concept, maar hebben gedacht: met een charismatische presentator ala Bert van Leeuwen moet het ook wel lukken. Niet dus.
Muilkorf Bek
Ik heb een neiging tot malle danspasjes.
Bij mij vaak ridicuul en mal, maar nu ontspannen en normaal.
Niet maf als kristallen ogen in de vuurdoop.
Negers met ballen als vogels, hun keel schrapend.
Likken mijn hielen, wroeten in de taart van Abel.
De bakker staart
De staart tussen de benen,
Het hoofd lichtelijk gekanteld, uit het standpunt van de honden.
De bewakers van de nachtelijke rust.
Ik blaas ze keihard in het gezicht. Dit zal ze leren.
Ik herhaal dit ontelbaar veel keer, blijft even heerlijk.
Mijn muilkorf korft zich een weg door een melange van benen.
Afgehakte ledematen kijken met lede ogen mijn poten na.
Ze denken: wat is er aan de hand?
De korenwolf fluistert: dear science, en sterft met een glimlach.
Koud
Over een bospad.
Lopen wij hand in hand.
Ik niet.
Ik loop alleen,
alleen met mijn hand warm in de jouwe.
Koud als ik er aan denk.
Spechten tikken met hun snavels,
kleine deukjes in mijn geweten.
Ze hebben me door
en vliegen weg.
Jij kijkt me aan,
Ik kijk naar je hand.
Mijn hand.
Heer
Het begin zoals het hoort te zijn
Niemand weet wat ik bedoel
Ik mompel: Apocalyptische Duivels Kunstenaar
Men trek de wenkbrauwen op
Ik nies: verwoestende lawines
Dokters halen hun neus op
Ik spuug: kolkende massa’s lava
Ze kunnen niks meer doen
Het is te laat
Ik zit bij de openhaard
Genietend van de lijken
De homofiele viervoeter
Ik kwam me laatst een mooi beestje tegen. Hij noemde zichzelf Joppe [Frans uitspreken svp, vermeldde hij erachteraan]. Ik proefde al dat er iets niet klopte. Ik likte namelijk gierig aan zijn oren. Achteraf praten is natuurlijk makkelijk, maar nu weet ik pas wat hem merkwaardig maakte. Dit beest had een roze cape om zijn lichaam. Joppe, de hond, praatte tegen mij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dit is natuurlijk niet het geval, ook al beweren de Media iets anders. Laat u niks wijsmaken. Luister alleen naar mij, en het komt misschien allemaal nog goed met u.
‘Ken ik jou niet ergens van’?, probeerde ik tevergeefs. Maar Joppe pareerde werkelijk op briljante wijze de ene na de andere briljante vraag van mij. Langzaam begon IK de hond te worden van de twee. Hij draaide de rollen om! Wat was het toch een leep manneke. ‘Ken ik JOU ergens van’? , vroeg de hond met een allure die ik niet gewend was van dit soort type beesten. ‘Niet dat ik weet’, zei ik met een snik in me stem (tsja, ik moest toch íets proberen?!). Joppe keek me vol argwaan aan, hij wist dat ik loog. ‘Je ziet eruit alsof je wel een pilske kan gebruiken’. ‘Dat klopt’, zei ik. Hij nam me bij me arm (zoals een homofiele hond betaamt) en stak met mij de straat over. De straat waar het inmiddels ijzingwekkend rustig was voor deze tijd in het weekend. Ik telde hooguit 3 passerende auto’s. Een grijze Renault Clio (met Duits kenteken), een Volkswagen Golf (met kapot achterlicht) en een Ford Ka (vraag me niet hoe die eruit zag, ik wil jullie namelijk niet kwetsen).
We stapten de eerste de beste kroeg binnen en gingen aan de bar zitten. ‘Twee bier en een portie borrelnootjes’, zei Joppe tegen de barman. De manier hoe hij nootjes uitsprak beviel me allerminst. Hij wilde iets van me, dat was inmiddels wel duidelijk. We kregen de twee pilsjes en een bakje nootjes en Joppe begon tegen me te praten. ‘Wil je iets voor me doen?’, vroeg hij. Ik kon alleen maar onderdanig knikken, dus dat deed ik dan ook. ‘Ok, luister goed. Zie je die vrouw daar in de hoek? Met dat rode jasje?’ En of ik die zag, wat een spuuglelijk jasje had ze aan. ‘Je gaat zodirect naar haar toe en vraagt haar of ze van honden houdt. Vervolgens voer je haar een borrelnootje en als ze die op heeft vraag je haar of ze zin heeft om mee te naar de bar, waar een vriend van je zit.’ Joppe zat daar op die barkruk met een strakke hondenblik in zijn ogen. Ik vroeg waarom ik dit moest doen, maar het zei dat ik dat straks vanzelf wel zou zien.
Ik stapte van me kruk af en liep op de desbetreffende dame af. Ze zat daar in een hoek van de kroeg met een verveelde blik in haar ogen. ‘Hallo daar’, riep ik. De muziek stond namelijk erg hard aan. ‘Hallo’, zei ze zonder opkijken. ‘Vind je het goed als ik naast je kom zitten?’. ‘Ach, als je dat echt wil, maar ik ga niet met je neuken’. Pfff, deze dame zou geen gemakkelijke prooi worden. ‘Hou je van honden?’ Ze keek eindelijk op en keek me recht in de ogen. ‘Wat is dat nou voor een onnozele vraag?’, vroeg ze me. Vervolgens opende ik haar mond en stopte ik het borrelnootje dat ik de hele tijd in mijn hand had gehouden in haar mond. Het was een beetje gaan smelten in mij warme handen. De vrouw keek me vol ontzag aan, ik had haar in mijn macht. ‘Heb je zin om mee te gaan naar de bar? Waar een vriend van me zit.’ ‘Ja daar heb ik wel zin in, zei ze met een geile blik in haar ogen.’ Dit ging wel heel makkelijk dacht ik bij mezelf. Waar had die homofiel hond van een Joppe deze trucs geleerd? Ik nam de dame mee naar de bar (ze zou, bleek later, Makreëla heten). Ze zag Joppe zitten en toen begon ze opeens te bulderen van het lachen. Ze rende naar de hond toe en begon hem driftig te aaien en te knuffelen, geil als ze was. Joppe tuitte zijn lippen en Makreëla deed gewillig het zelfde. Een dame met een lelijk rood jasje was op dat moment een homofiele hond met een roze cape vol op zijn mond aan het kussen, in een drukke kroeg. Ik stond daar maar, en kon niks uitbrengen. Maar toen gebeurde er nóg iets wonderbaarlijkers. Joppe veranderde langzaam aan in een knappe man. En niet eentje die op mannen viel, nee. Eentje waar iedere vrouw van droomt (en Makreëla dus ook). Zij leek allerminst verrast, want ze pakte zijn hand en samen liepen ze de kroeg uit. Mij verbouwereerd achterlatend. ‘Doe mij nog maar een pilsje’, schreeuwde ik tegen de barman. ‘Komt voor de bakker’.
Diep
Jammerend als een zwijn
Trek ik de mensen mee
Mijn dal in
Tot ze vallen
Diep
Dieper
Diepst
Ik win
Zij verliezen
Alles
Sorry
Culinaire Liefde
‘Iedereen bekken dicht. Verdomme, het is etenstijd. Prak uw eten met uw vork en schuif het culinaire voer naar binnen. Het liefst zonder al te veel gesmak. En toch maar blijven praten he..!! Godverdomme. Wat kan mij uw vraag naar salarisverhoging schelen. Eet u voedsel op, en stop gewoon met praten. Uw mening interesseert mij zelfs nog minder, dus houdt uw mening over winstmaximalisatie voor u, als u geen rugpijn wilt. Oh, uw dochter heeft een vriendje zegt u? Een Marokkaan? Jeetje, en u bent daar niet blij mee? Omdat zijn ouders buitenlands zijn en omdat ze geen goede baan hebben? Ja, wat had u verwacht? Dat ze autochtoon waren? De vader is een gastarbeider? En daar heeft u niks mee, zegt u. Ok, ik zeg u dat het vanwege hen is dat u nu in België woont vanwege de lagere belasting. Uw dochter neukt de goeie jongen? Ach, zolang ze gehoorzaamd is er niks aan de hand. Ze zal niet geslagen worden, dat beloof ik u. Hoe ik dit weet? Ach, ik ben toch ook een buitenlander ;) We zijn allemaal hetzelfde.’
Ik kijk naar buiten en zie mezelf staan. Ik vraag me af wat er aan de hand is. Ik verlies langzaam aan de controle over mijn gasten, inclusief mezelf. Ik proest. Net op tijd. Ik herpak mezelf en ga verder waar ik was gebleven.
‘Weet u wat liefde is? Denk u daar wel eens aan? Of denkt u alleen in Euro’s. Hoe kan ik nog meer geld in het laatje brengen om mijn steeds perversere behoeftes te kunnen bevredigen? Ook wel bekend als le nouvel amour. Maar neem gerust nog een slok van uw dure champagne. Lekker tegen de dorst.
‘En trouwens: het eten dat u nu eet ís geen voedsel. Het bestaat alleen in uw commerciële luxueuze gedachtegang. Geniet er van zolang het nog kan, want over een paar minuten zult u dood neervallen. Had ik u niet gewaarschuwd? Oh, pardon. Goedenavond.’
Meer Peer
Je loopt te hard van stapel
Gij hoort gewoon in de fruitmand
Ik waarschuw je niet meer
Eet liever een stuk fruit
Een banaan van mijn part
Maar in godsnaam, Peer
Trek uit dat leer
Struikel
Ik struikel uit me balans, en val in het gras. Ik stond net zo lekker stabiel tegen een boom aan te leunen. Ach, het blijft het Vondelpark. In de volksmond ook wel bekend als Het Park waar je zo je evenwicht verliest. En ik maar denken dat ik de uitzondering op de regel was…. Zo stom was dat nou ook weer niet om te denken. Mijn huisvriend Sir Isaac Newton (dat hij niet van ruwe spelletjes houdt wil NIET zeggen dat hij dan gelijk homoseksueel is, wanneer leren we dat nou eens…) zei eens: Lex III. Actioni contrariam semper et aequalem esse reactionem: sive corporum duorum actiones in se mutuo semper esse aequales et in partes contrarias dirigi, en aangezien ik daarop de uitzondering was die zijn regel bevestigde dacht ik dat ik die uitzondering (ditmaal in het Vondelpark) wéér was. Maar het tegendeel bleek waar; ik verloor namelijk óók mijn evenwicht.
Toevallige en minder toevallige voorbijgangers (Ja, ik heb het over jou Mojanus. Dat je daar liep op het moment dat ik viel was echt niet toevallig, ook al zou jij dat natuurlijk nooit toegeven. Koppige Lul.) keken me vol afgrijzen aan toen ik in het gras lag. Ik lag in een, laten we het zo zeggen, niet zo charmante positie. Benen wijd en prut op de knieën. Iedere zichzelf respecterende parkbezoeker kent deze positie. Je zou het liefst door de grond willen zakken, maar bedenkt je dan net op tijd dat dat wel het laatste is wat je moet doen.
Maar tot mijn opluchting kreeg ik hulp uit onverwachte hoek. Natuurlijk uit ONverwachte hoek! Zou de hulp uit verwachte hoek komen, dan zou ik natuurlijk niet zo in paniek zijn geweest, wetende dat de hulp vanzelf wel zou komen.... Enfin.
De mensen sloegen hun ogen van mij af! Wat was dit nou weer? Waarom keken ze niet meer naar mij, terwijl ik daar zo hulpeloos lag? Menig cabaretier die langs zou zijn gelopen zou minimaal 2 goeie grappen hebben kunnen schrijven over mijn situatie. Maar men keek ergens anders naar. Wat bleek: achter mij had zich vanuit het niets een papegaai gesetteld. Inclusief schommelstoel en bijpassende wandelstok (hoe ironisch) met van die wapperdingen aan de onderkant. Het dier zat rustig in zijn stoel ergens op te kauwen. Ik heb me laten vertellen dat het ging om stront. Ik hoorde alleen gesmak. Zijn ogen waren wijd opgesperd en hij scheen heel ambitieus met poep te smakken tussen zijn lippen. Vind je het gek dat niemand meer naar mij keek?
Maar ik zou dus mij oprechte dankbetuiging willen geven aan deze Papegaai. Hij heeft mijn leven gered. Door hem heb ik weer kunnen opstaan zonder dat iemand het zag, en heb ik Het Vondelpark weer kunnen verlaten.
Verhaal nr 2 = De LU Lullen
Wat een ontzettend lekker koekje, dacht Tiemert. Bord vol Bastognekoekjes op schoot en het nieuwe wielrennen kon wat hem betreft beginnen. Tiemert schoof de kooi van Marlies opzij, zodat hij geen last zou hebben van de Papegaai die normaliter in haar hok voor de tv zat. Daar schreef zij kookboeken vol over Mart Smeets, haar grote idool. Marlies was net met een hoofdstuk bezig over Mart toen hij in 1978 weer eens zijn stoute schoenen uittrok om vervolgens een vrij redelijke choco-taart te maken. Een vreemde actie, vond Marlies. Zij hield helemaal niet van taart. "Geef mij maar nootjes" is dan ook een veel gehoorde uitspraak van de middelbejaarde papegaai. Tiemert had schoon genoeg van die uitspraak en gaf met zijn stok een ferme tik op de papegaaienkooi. Waar hij echter niet bij nadacht, was dat hij de kooi zojuist nog verschoond had. Rood liep hij aan en spontaan begon hij te bellen. Het was een mooi gezicht: Tiemert die zichtbaar beschaamd probeerde te bellen, terwijl Marlies de papegaai gewoon rustig doorging met schrijven. Echter, dit was niet genoeg om Maarten Ducrot op tv de bek te snoeren. Clichématig begon hij te reppen en roeren over kastelen rond Franse wielerlandschappen. "Gaat ie staan pissen, op een moment waar de hersenen uit de oren komen als gebraden kroketten!", ging Ducrot verder met zijn tirade jegens Herbert Dijkstra. Herbert Dijkstra was wielerverslaggever annex lijfwacht en hier maakte Maarten Ducrot dankbaar misbruik van. Dijkstra liet eigenlijk altijd op zich zitten, maar deze keer was hij het zat. Hij gooide het Grote Kastelenboek uit het verslaggevershokje en spuwde er nog wat snot achterna. Met deze actie liet hij Ducrot ongegeneerd zitten met een bek vol tanden. Voor het eerst had Wieler Grootheid Maarten Ducrot geen weerwoord en hij wist wat dat betekende (het stond immers in zijn contract): als Ducrot geen weerwoord heeft zal hij sterven. Echter, daar stuiten we direct op een grof misverstand van de heer Dijkstra. Het was namelijk zo dat híj zal sterven die Maarten Ducrot geen weerwoord gunt. Tiemert zat nog altijd met de telefoon in de handen en hoorde het schouwspel op tv met lede oren aan. Hij besloot Dijkstra op zijn mobiel te bellen. Tiemert toetste met bezwete vingers het nummer van Herbert Dijkstra in en wachtte op antwoord. Hij hoopte maar dat hij niet te laat was. Tiemert kreeg omgerekend namelijk nog zeker 38 pils van Dijkstra. Nee, het leven van een wielerverslaggever gaat niet over rozen. Hij begon zich al rijk te rekenen, maar Herbert nam de telefoon niet op. Totdat hij na 10 minuten onafgebroken bellen iets wonderbaarlijks zag. Hij zag Herbert op tv in een fluwelen pyjama, met een misvormde grijns op zijn gelaat, de telefoon live opnemen voor een miljoenenpubliek. Maarten Ducrot trachtte de regisseur nog over te halen om naar de commercials over te schakelen, maar dat mocht niet baten. Raasballend transformeerde Herbert van een heel rare man tot een enorme negroide berg rubber.
Hij was heen gegaan. Ik kan u verzekeren dames en heren, als je bezweet op de bank zit te bellen met een papegaaienkooi voor je neus waarin een middelbejaarde papegaai kookboeken over Mart Smeets schrijft dan is het laatste wat je wel wil zien een Herbert Dijkstra die zonder pardon in een enorme negroïde berg rubber verandert. Believe me. Dat Maarten Ducrot geen wielrenner meer is bleek daarna. Allereerst omschrijft hij met plezier in zijn stem het voorgevallen incident als een tragedie, waarna hij de draad van de wedstrijd rustig oppakt. Zoals eigenlijk alleen een kille vakman dat kan. De draad van de wedstrijd; het omschrijft het nieuwe wielrennen prachtig. De meeste renners zaten immers al de gehele race op het vinkentouw. Tiemert kon dit aan de ene kant wel waarderen; hij had immers nog steeds een bord vol Bastognekoeken op zijn schoot. Maar anderzijds ook weer niet. Namelijk, wanneer hij het mysterieuze bord zou omdraaien, dan zouden de koeken er stuk voor stuk, dan wel tegelijk uitvallen. Dat had grote gevolgen voor het bord. Deze zou dan namelijk leeg zijn, in plaats van vol. Ja, en probeer jij maar eens te genieten van Het Nieuwe Wielrennen met een léég bord Bastognekoeken op je schoot. Je zult ééns op moeten staan om een sapje uit de koelkast te halen om je dorst te lessen, en je zult dan op die overheerlijke Bastognekoeken gaan staan. Dat zou geweldig zonde zijn en dat moet je dan ook niet willen. De conclusie is helder: het wielrennen is niet wat het geweest is. Medeschuldigen zijn de arbeiders van LU die hun Bastognekoeken steeds lekkerder maken. In de jaren '70 had je enkel nog theebiscuitjes, geen probleem om op te staan. En dan zeuren de mensen maar dat de doping het wielrennen kapot maakt. Neen, mensen. Het zijn de lui van LU. De gore klootzakken. En zelf de hele dag verantwoord fruit eten, maar ondertussen ons opzadelen met overheerlijke Bastognekoeken. Ze slopen het wielrennen. Hier houdt dit verhaal dan ook op. Amador en Pindahaai: we have a war to fight, a war against cookies.
Verhaal 2
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
Want ik hou van je
Ik zal je niet slaan
Want ik hou van je
Ik zal je niet opeten
Want ik hou van je
Ik zal je niet wegcijferen
Want ik hou van je
Ik zal je niet in de blender stoppen
Want ik hou van je
Ook niet in de oven
Want ik hou van je
Ik zal je niet tegenspreken
Want ik hou van je
Ik zal geen sla dressing over je heen gooien
Want ik hou van je
Ik zal je niet te hard aaien
Want ik hou van je
Ik zal je moeten vermoorden
Want ik hou van je
Pedro; de Final Fantasy mongool
‘Hahaha, ja en dan steek je je opgedane kennis zeker in je nieuwe recepten hè Pedro!? Pedro? Haha’. Pedro zat daar maar op dat comfortabele met rood fluweel bekleedde krukje. Ja, wat moest hij anders? Met zijn oranje schippersbroek, zijn blauwe spencer (incl. knopen), netjes door zijn moeder gepoetste bruine lakschoenen en met zijn zwarte haar netjes in pieken omhoog, (zoals altijd) bevond hij zich nou niet in een erg luxe positie. Niet dat hij zich in zijn hele miserabele leven wel eens eerder in een luxere positie had bevonden, maargoed. Hij zat daar en liet alles gewoon maar over zich heen komen, figuurlijk. Want het letterlijke aspect van deze zin is zo smerig dat zelfs ík dat niet ga beschrijven. Ik heb grenzen. Echt. ‘Maar je moeder is dus een illegale hoer uit Latijns-Amerika, Pedro?’ Hij wierp een vluchtige blik op de klok, zag net op tijd (voor het avondeten?) dat het 09.34 uur was, plukte wat zenuwachtig aan zijn plaksnor (hij moest toch íets doen om ouder te lijken…) en bood de vrager toen een drankje aan. Alfred, één van de Ondervragers, was verrast en besloot in een spit-second dat hij hier maar niet verder op moest ingaan. Daarentegen stelde hij de misplaatste, doch ingenieuze vraag: ‘Pedro, ben jij nog maagd?’ Alfred moest al gniffelen. Hij wist het antwoord natuurlijk al. Natuulijk was Pedro nog maagd. Hij was immers een mongool. Hij zou zijn hele verdere leven als virgo door het leven gaan. Bij Pedro begon het angstzweet zich langzamerhand op zijn voorhoofd te nestelen. ‘Wat dacht die man nou?’, dacht Pedro stilletjes bij zichzelf. Natuurlijk was hij nog maagd. Hij was namelijk een geestelijk gehandicapte jongen die de hele dag alleen maar Final Fantasy speelde; natuurlijk was hij nog nooit met een meisje (jongen of dier, zoals u wilt) naar bed geweest. ‘Nee, ik ben geen maagd’, zei Pedro met het transpiratievocht in zijn navel. ‘Ohjawel hoor, dat ben je wel’, schreeuwde Marianne, de tweede van de drie Ondervragers. Pedro, die zichzelf vaak omschreef als makkelijke jongen had hier natuurlijk niks tegenin te brengen en bekende dan ook gelijk. Stond hij eventjes voor lul. Hij kon nu wel fluiten naar die baan als Boswachter, dacht hij.
Maar op dat moment kwam er een onbekende man de kamer binnen. Hij overzag de situatie, strikte zijn veter heel erg strak (maar echt HEEL strak he…!) deed een paar passen opzij, zodat hij precies uit het gezichtsveld van Pedro stond en bleef staan. Maar niet voor lang want hij begon zich daarna opeens in een rap tempo uit te kleden. Eerst zijn broek, toen zijn trui en tenslotte zijn onderbroek. Zijn strak gestrikte schoenen liet hij aan. Vervolgens liet de man een ongelofelijke boer. Pedro schrok ervan. Vergeet niet dat hij een mongool was. Op dat moment stapte de onbekende man naar voren en bood Pedro een lolly aan. Mongolen zijn mensen en mensen houden van lolly’s was zijn redenatie waarschijnlijk. Pedro nam het snoepgoed aan en stak hem gelijk in zijn mond. De hele scene in de kamer begon langzamerhand iets ridicuuls te krijgen: een onbekende naakte man (met alleen zijn schoenen aan) gaf Pedro de mongool een lolly, waarna Pedro hem gretig opende en hem in zijn mond stak. Dit besefte de onbekende man zich gelukkig ook op tijd, en hij verliet zonder een woord vuil te maken de kamer.
‘Pedro, speel jij veel video-games?’, de vraag kwam uit de mond van Thomas Becker (de Duitste wereldberoemde visagist inderdaad) en tevens Ondervrager nummero drie. ‘Uhm, nou ja wat is vaak? Haha’, probeerde Pedro nog tevergeefs quasi-nonchalant. Dit was natuurlijk de druppel voor De Ondervragers, maar dit snappen jullie (mijn lezers) natuurlijk niet. Daar bent u te dom voor. Dan krijg ik natuurlijk vaak te horen van: ‘Orlando, je moet je publiek niet zo belachelijk maken’. Maar jullie zijn mijn publiek natuurlijk niet. Ik schrijf niet voor jullie klootjesvolk. Mijn Publiek zit thuis rustig een sigaar te roken voor de openhaard en leest mijn wetenschappelijke teksten met oplossingen voor grote wereldproblemen. Deze blogs schrijf ik alleen maar om in korte tijd veel geld te verdienen. Ik schut ze werkelijk waar uit mijn mouw. Het gaat me zo makkelijk af.
Ohja Pedro. Ach, hoe zal ik eens eindigen? Wat zouden jullie nou een leuk einde vinden? Pedro werd in zijn enkels geschoten en bloedde langzaam dood? Of: Pedro werd ter plekke ontmaagd door de lolly? Of: Pedro veranderde na het uitspreken van een mongolen-spreuk in een wonderschone prinses en had de kikkers voor het uitzoeken? Naja, zullen we het maar bij het laatste houden? Jullie willen toch een mooi verhaal, in plaats van een realistisch verhaal?
Waarom maken jullie het me zo moeilijk? Ik geloofde voor deze blog namelijk heilig in het feit dat iedereen per definitie perfect is , maar daar begin ik door jullie toch wel sterk aan te twijfelen.
Spiegel
Ik ben bang voor de Spiegel
Omdat ik nooit aan die perfectie die ik zie,
als ik ervoor sta, voldoen kan
Sommige vinden dit verwaand
Ik noem het onzekerheid
De spiegel is mij de baas
Hij staat altijd al met 1-0 voor
Een oneerlijke strijd tussen ons
Waarvan de uitslag allang bepaald is
Verhaal nr. 1 = Gaga Pendejo
Er was eens een bos in een land dat van zijn eigen bestaan niet afwist. Het droeg de naam Disneybos. Niemand wist waarom het zo heette en zelfs die ouwe witzak Vader Abraham stond erbij en rook ernaar. In het mooie en enkel gele Disneybos leefden naast gitzwarte smurfen ook diertjes. Van elke soort was er slechts één en dat vormde een gênant ziek probleem. Hoe moesten die lieve diertjes zich nu, bij Belenus, voortplanten?!
De diertjes leefden in harmonie bij elkaar in een zelfbedacht dorpje: Gaga Pendejo. Leider van het dorpje was herr Coyote. Hij kwam aan de macht na een coup in 1993. Of was het 1973? Nou ja, dat deed toendertijd in ieder geval niet terzake. Dat programma bestond ten slotte nog niet eens.
In tekenfilmpjes en strips worden uilen vaak afgebeeld als oud en wijs. Maar, beste prachtlezers (neem er zelf ook één), ik kan u vertellen dat dit niet altíjd het geval is. Ten eerste, geloof me, uilen zijn niet altijd oud. Dit is een veelvoorkomend misverstand waar ik liever weinig heel van laat. Ten tweede, uilen zijn niet altijd wijs. Hoe ik dit weet? Nou, er was eens een dorpje geheten Gaga Pendejo. Daar woonde één uil: Maya. Zij was oud en oliedom. Misplaatste opmerkingen richting de chagrijnige otter Nico del Torre, het spreken van Spaans tegen een onkundige Siesel en het drinken van hars op Aswoensdagen zijn slechts enkele voorbeelden van haar stupiditeit. Één ding kon ze echter als geen ander. Post bezorgen. Vrolijk en met haar typerende slome tempo bevloog ze de straten.
Maar niet alleen de wegen bevloog ze. Ook de dierhoeren van Gaga Pendejo. De sletten van het dorp. Elk zichzelf respecterend dier had wel eens met één van hen de mand gedeeld (de spreekwoordelijke mand, maar dat behoeft geen uitleg dunkt mij….). Zo ook ezel Mathias. Mathias stond in het dorp bekent om zijn smakeloze grappen over de Islam Birds; een vreedzame kudde vogels die altijd in de wei stonden te grazen. Met een stuk kauwtabak in hun vogelzakjes. Wel een grappig gezicht die vogeltjes in hun vogelpakjes. Erg aandoenlijk voor toevallige (of zo u wilt: MINDER toevallige) voorbijgangers. Één van die voorbijgangers was Geert “De Onbevangenheid Zelve” Kuipershoff. Zijn libido steeg de pan uit en zijn kinderwens was nog nooit zó groot geweest als vandaag. Maarja hij was de enige leguaan van Gaga Pendejo en dus kon ie die wens wel op zijn leguanenbuik schrijven. Of zoals Zejus Pritter het zo mooi zei in Het Vrij Nieuwe Testament (hun Bijbel): Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen (uit Psalm 3402). Langzaam aan begon het door te dringen in het Disneybos: We kunnen geen kinderen maken en eens zal het Bos niet meer bestaan. Elk dier zal uitgestorven zijn.
Herr Coyote vond dit wel een grappig idee. Hij maakte stiekem opnamen van de wanhopige dieren en verkocht die dan voor grof geld aan verschillende tv-maatschappijen die de beelden maar al te graag uitzonden. Het behoeft geen uitleg dat Herr Coyote rijk was. Stinkend rijk zelfs. De dieren bleven dan ook uit zijn buurt. Ze hadden immers geen vingers om hun neus mee af te knijpen, en knijpers waren er niet genoeg meer na De Slag om Zwijn Hamel in 1948. Wij verwijzen u naar de Bibliotheek van Gaga Pendejo (als je voor Bakkerij Matroos staat neem je de eerste straat links, vervolgens rechts. Dan neem je dezelfde weg terug naar de Bakkerij, en u zult zien dat de Bakkerij er niet meer zal staan. In plaats daarvan zie je nu de Bibliotheek, die in de volksmond ook wel bekend staat als Deboekenopslagplaatsvoordierendiewélkunnenlezen) voor meer informatie over De Slag om Zwijn Hamel.
De dieren werden steeds ongeduldiger, want ze wilden gewoon gemeenschap. Dit kon wel met de dierhoeren, maar daar kwamen geen kinderen van, omdat herr Coyote ervoor had gezorgd dat de eierstokken van deze menschdieren er niet meer waren. Hij had ze persoonlijk verbrand nadat hij ze door de papierversnipperaar in zijn kantoor had gegooid. Het gerucht gaat zelfs dat hij er een paar heeft opgegeten, maar aan die roddel willen wij onze vingers niet branden.
Er waren een paar dieren geweest, waaronder Kip Arnold de Haan (1965-1969), die hadden geprobeerd het Dineybos te ontvluchten om zo vrouwdieren uit aangrenzende bossen te bevruchten. Maar dit liep steevast uit op grote fiasco’s en daar werd na een tijdje dan ook van afgezien.
Jullie lezers zitten zeker te wachten op Het Happy End? Wij zullen jullie iets verklappen: Wij laten dat lekker aan jullie over. Maak dit verhaal af zoals jullie wíllen dat het eindigt. Komt er een grote epidemie en gaan alle dieren dood? Komt herr Coyote terug op zijn besluit en koopt hij een paar nieuwe eierstokken voor de dierhoeren? Blijken er tóch dieren van hetzelfde geslacht te zijn in het bos? Etc.
Maar voor de echte liefhebbers hier het échte einde. Het einde zoals het de boeken in zal gaan: De diertjes uit het bos leefden (voor hun doen) nog lang en “gelukkig” en wisten zich nooit voort te planten. Patrick de Wolf probeerde het op menig knaagdier, Egel Bert Kortrijk zag brood in Everzwijn Rixa Dresselhuys. Smurfen werden verkracht, gemarteld en opgehangen aan lantaarnpalen. Alles echter vergeefs. Niets dan stront was het resultaat.
Verhaal 1
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
Mag ik van je houden?
Mag ik van je houden? Jawel meneer, nee zuster. Gelukkig maar dat dat programma er niet meer is. Ik hield er niet van. Geef mij maar boerenkool met jus van het paard. Op feesten sta ik bekend als de man die naar boerenkool met jus van het paard ruikt. Ik lijk er misschien goed mee om te gaan, maar het tegendeel is meer waar. Ik ben dan diep ongelukkig als ze dat zeggen en moet me dan weer moed indrinken (voordat ie naar me schoenen zinkt..) met veel verse jus d’orange. Maarja. Inderdaad. Ik hoor jullie al denken. En terecht hoor. De feesten waar ik me vaak begeef staan nou niet 1, 2 , 2,5 (ha, slecht dit..) staan bepaald bekend om hun Grote Hoeveelheden Jus d’Orange.
Helemaal erg wordt het als er mensen op The Party zijn die, in mijn ogen (en dan is het gewoon erg vaak de WAARHEID), te lelijke kledij aan hebben. Ik moet voel me dan al diep treurig, voel de neiging om te kotsen door hun kleding, hou me in omdat ik het “feest” niet nog meer wil verpesten en speel uiteindelijk op safe door de nu al legendarische zin uit te spreken: ,,Nee, Jezus ken ik niet. Laat dat duidelijk zijn”.
Even iets dat beter geschikt is voor tussen de spreekwoordelijke haakjes: Humberto Tan ruikt zoals negers horen te ruiken. Naar monchoutaart. Als alle negers naar monchoutaart zouden ruiken zou er geen oorlog meer zijn. Wel meer verkrachtingen, maar dat maakt dan niet meer uit. Maargoed over dit stukje moet je maar heen lezen, want het past totaal niet in het verhaal dat ik jullie wil vertellen. Tenzij je griep hebt als je dit leest. Waar was ik? Rare vraag om aan jezelf te stellen. Ik doe het toch, want ik ben niet ongesteld. Hoewel, ik wel naast Jan Keizer heb staan lopen pissen bij de finale dag van het ABN-Amro tennistoernooi te Rotterdam. Daar zou menigeen ongesteld van worden. Kennen jullie trouwens die mop van die vrouw met die dikken tieten? Neen? Nou, ze had GEEN dikke tieten! Ze had wel een dikke voet, maar daar wil ik niet heel veel over vertellen. Laten we het houden bij een paar steekwoorden: wortel, mascara, plakje bassieworst, arrogantie en Havermout (met hoofdletter H inderdaad). Als jullie nog niet afgehaakt zijn met lezen wil ik jullie een pruim geven. Zolang de voorraad strekt. Jullie verdienen hem. En schuw vooral niet om verder te lezen. Ik vind jullie te lief voor woorden, dus daar waag ik me niet eens aan. Laat ik nog eens vertellen over die keer (ik hoor u al zuchtend schreeuwend fluisteren: nee, niet weer dit verhaal…) dat ik een schilder met een arrogante kwast tegenkwam. Eentje van de Gamma, 27,45 euro. ‘Waarom heb jij van die suggestieve haren tussen je benen?, verdomme’, vroeg de schilder aan zijn kwastje. ‘Kwastje?! Wat nou Kwastje??!!’, zei de arrogante kwast. De schilder schrok. ‘Deze kwast doet niet alleen uit de hoogte, hij kan ook gedachtelezen’. Op dat moment bedacht hij zich dat hij wel eens goud in handen zou kunnen hebben. Een soort van programma in de trant van De Gouden Kwast. Kent u trouwens het programma Het Mooiste Meisje van de Kwast? Wel, dat ging dus over deze kwast. Zijn mooie kwasten-meisje heette Berla, maar voor het gemak noemen we haar Berladine. Ze had van last van spontane Diaree aanvallen, zoals Bill Clinton ze ook gekend heeft. Met het grote verschil dat Bill daarna wél zijn sigaar goed liet verzorgen door Monica. Zou wel gek zijn toch; een kwast met een “sigaar”…….
Daarom dus mijn vraag aan jou: Mag ik van je houden? Jij bent de enige die me echt gelukkig maakt. Daar kan geen arrogante Kwast met een fallus tegen op.
Les 5: De M van Media is niet voor niks ook de beginletter van het woord Manipuleren
Ode aan Bram
Puur
Pracht
Brammetje Tankink
Die Kop
Iets te dik voor zijn fiets
Zwetend
Haaksbergense accent
Pracht
Puur
Koningshuis
Mag ik u voorstellen aan Willem-Peter Prinss? Haha, u kunt ook gewoon zeggen: Ja, is goed Orlando. U hoeft niet zo te schreeuwen Dat doet pijn aan mijn oortjes. Maargoed. Willem-Peter is een 89 jarige Europese Arrogante Kolonist woonachtig in het pittoreske Klazienaveen (gemeente Emmen, provincie Drenthe Nederland. Ja Nederland, vandaar dat Europese achter zijn leeftijd. Aangezien Nederland in Europa ligt) Nederland ligt ten noorden van België en ten westen van Duitsland. Mocht u er eens heen willen gaan in een vlaag van verstandsverlies hier een paar tips: scheer uw baard als u geen smerige blikken wilt ontvangen. Wilt u dit wel: scheer hem dan OOK af. Loop nietsvermoedend de Albert Heijn binnen en koop zonder schaamtegevoel twintig pakken Kattenvoer van het AH huismerk, een tandenborstel en een pakje kauwgom (merk maakt niet zoveel uit, maar ik vind Sportlife altijd wel lekker) en betaal dit alles met een briefje van 500 Euro. Wilt u het helemaal in klasse doen doe dan uw ondergoed op uw hoofd en schreeuw heel hard: je handen de lucht in OF uw geld en begin heel hard aan uw eigen haren te trekken. Vervolgens vraagt u of u mag pinnen. De chagrijnige Homofiele klootzak achter de kassa zal verbaasd zijn en de volgende avond over u dromen. In die droom drinkt u een kopje suiker (met 1 schepje thee) met zijn moeder en roddelt over prinses Amalia, die in zijn droom dan al een bejaarde vrouw is van 76 maar er nog precies zo uitziet als het meisje van 4 dat ze nu is. Ze zal getrouwd zijn met die klootzak van een Willem-Peter Prinss. Ook wel bekend als de Koning van Nederland; land van de Arrogante Kolonisten. Bedank Robert Gabriël Mugabe (Kutama, 21 februari 1924) de huidige president van de Republiek Zimbabwe maar voor dit stukje.
Melk Chocolade Proza
Lopend over jouw gedachte
Keer ik telkens terug
Naar daar
waar ik voor jou niet besta
De meeste jongens zijn eenzame meisjes
Ik heb vandaag geschiedenis(les?) geschreven. Ik ben vandaag namelijk om 6.45 opgestaan. Jeetje ik krijg er bij het erover nadenken alleen al de continue neiging tot rustig braken in mijn holland shirt met een banaantje achter in mijn goede strot. Douchen. Om 7.30 de deur uit. Het was verdomme nog donker, maar deze meneer moest weer zo nodig een afspraak hebben bij de bakker (niet die op de hoek, gek). Ik lieg jullie voor. Het was de bakker niet, maar het POSTKANTOOR. Ja het bestaat nog, maar alleen voor vieze mensen zonder email-adres. Je kent ze wel; ruikend, zwetend, bang (vaak om logische dingen als: ziekte, geweld, thuiszorg etc.)en praatgek. Ik fiets het terrein op zonder aangereden te worden (daar had ik zo vroeg op de ochtend nog even geen "trek" in) en plaats mijn fiets tegen het gebouw. De eerste trilling loopt nu al over mijn kont. Of zoals zwetende Vinkenoog het een keer mooi verwoordde in bijzijn van Eric de Jong: Nachtadagio van de erotica. Met zoon nasale stem idd. Pracht.
Ik bel aan want ik wil naar binnen. Vrouw met mannen stem Ellie doet open. Ik schrik niet meer; die fase ben ik voorbij. Andere mevrouw verwelkomt mij gelijk en stelt zich voor. Ik vergeet haar naam direct. Dat ben ik natuurlijk verplicht aan mijn status. Zij neemt me apart in hok waar jassen hangen en toiletten hangen er ook. Zij vraagt uit het niets: "Orlando, heb jij bij Leonie in de klas gezeten?" Ik duidelijk overdonderd door de situatie antwoord: "Niet dat ik weet..." Geniaal zullen jullie zeggen, maar zo voelde het toen niet. Echt. "Hortensia heet jouw moeder" , zegt de vrouw. Ik kom niet meer bij van het zweet nu. Maar van buiten ben ik koel als Niels Kokmeijer (toen ie nog kon voetballen, dankje Rachid. Je hebt ons veel leed bespaard door je actie. Naar Niels kijken op het veld was geen pretje met zijn vieze HEMA krullen) Ik hang jas op en loop mee. Sorteren nu. Heel moeilijk en technisch verhaal; dat gaan jullie toch niet begrijpen. 4 uur en 2 broodjes en kop thee en kop koffie en veel slechte grappen (mijn volgende blog zal alleen maar gaan over de grappen bij de TNT..) later. Ik moet met mevrouw post gaan rondbrengen in Seandelft. Wijk Jelle Verweij. Rekenmeester enzo. Ik heb gevoelens daarbij. Al de post ligt op volgorde dus ik ga lopen. Eerst nog met vrouw achter me aan en daarna alleen. Muziekje op. Heerlijk. Wel somber weer, maarja wat wil je...? Naast de brieven moet je ook overal huis-aan-huis folders ingooien. Ik had al een sangrehekel aan die dingen, en na vandaag is dat alleen maar erger geworden. Bij velen heb ik gewoon niet ingegooid. Ik liet het afhangen van veel factoren. De bel, mijn gemoedstoestand, of ze een hond hadden (dan kregen ze zeker niet), of de naam Turks was (dan kregen ze er 3) oftewel het totale plaatje. Bij mensen met een NEE NEE sticker stak ik niet eens hun eigen post erin. Ja, het is delen of kiezen hoor. Verdimme. Later hoorde ik dat je gesodemieter krijgt als je niet iedereen zo'n huis-aan-huis ding geeft. Want men schijnt namelijk Steekproeven te nemen. Ik werd niet bang door deze mededeling. Ik floot alleen maar een vrolijk Apocalyptisch deuntje op mijn vingers en trok verder. Want zoals ik altijd zeg: Laat de honden maar blaffen, de karavaan trekt verder.
Les 4: Kijk goed op je treinschemablaadje zodat je niet te laat op school komt? ja doen.
Een gegeten paard moet niet uit zijn bek schijten
Waarom heb ik nooit honger om, pak hem beet, 1900 uur? Nou? Ik denk omdat ik dan geen honger heb. Mijn moeder kookt rond die tijd voor ons. Vaak is het best te eten hoor, daar niet van, maar ik krijg vaak gewoon niks door me strot. Ja natuurlijk, met een trechter wel, maar dat vind ik zo onorthodox. Daar begin ik niet aan. SITUATIESCHETS: Stel je voor: Mijn moeder heeft boerenkool met worst gemaakt en het smaakt heerlijk, maar ik krijg niks naar binnen. Pak ik opeens mijn zwarte trechter erbij, zet hem op mijn mond, gooi mijn hoofd naar achteren en begin als een rustig ogende huisvrouw de boerenkool met worst naar binnen te duwen. ha. jeetje wat een gezicht zou dat zijn.
Dus daar begin ik niet aan. Maar wat dan te doen? Ik eet in de avond gewoon wat minder. Maar dan krijg ik in de loop van de avond wel honger. Om een uur of 22 gooi ik een zak chips/hamkaas of iets anders dat voorhanden ligt naar binnen. Daar ben ik wel weer een paar uur zoet mee.
Maar dan is het inmiddels 1 uur in de nacht. Mijn buik begint te brommen. Ik geef er natuurlijk gehoor aan; het blijft JE buik he ;) Ik loop naar beneden in mijn meest lelijke pyjama en duik de keuken in. En ik begin echt alles te eten wat los en vast zit. Het maakt me niets meer uit. Brood (belegd en onbelegd), fruit, chocola, snoep. Alles. Ik spoel het geheel weg met 3 glazen (kraan)water. Ziezo. Even een praatje met mijn katten maken en ik kan weer naar boven. Inmiddels is het 1.30 uur en moet ik toch maar eens gaan slapen; ik moet er morgen per slot van rekening om kwart over 7 uit. Ik ga liggen en val exact binnen de - 9 minuten grens - in slaap.
De volgende morgen. Duffe kop zoals altijd. Dikke nieuwe jas aan. Richting station. Veel mensen op perron. Ik heb buikpijn. Ik zie bekende en groet; ik ben de beroerdste nog niet. Ook al beweren de Media iets anders. Om een uurtje of 8.30 kom ik aan op het Regio College in Zaandam, ook wel bekend als Het Paradijs. Bewaking bij de poortjes. Ik trek me er niks van aan. Ik gun ze geen oogcontact. In ben nog maar net binnen of ik zie het eerste meisje met een hoofddoek al. Vlak daarna de eerste hoer. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Mooi moment. Intens genieten zoals alleen ik dat kan. Het zijn die kleine dingetjes die het hem doen. Ik loop naar het lokaal en opeens voel ik me buik weer. De hele les (2 uur lang) heb ik niet normaal op mijn stoel kunnen zitten van de pijn. Eigen schuld hoor ik jullie schreeuwen? Schreeuw niet zo, dat is niet prettig voor iemand met pijn. Gelukkig geen pijn in mijn hart, daar zit het wel goed. 10.45 uur. Ik loop het lokaal uit, maar niet voordat ik mijn jas heb aangetrokken. Trap af. Pasje pakken. Door detectiepoortje. Buiten. Naar het station. Pak de trein die ik moet hebben (Sprinter Uitgeest) en ga zitten. Ik word getrakteerd op een handjevol Duyvis nootjes. Lekker. Plingggg. Wat is dat? Geen idee, maar ik heb geen tijd om er over na te denken want de trein is inmiddels gearriveerd bij Station Krommenie. Ik moet eruit. Knopje. Deuren Open. Loop perron op. Trap Af. Stukje vals plat omhoog. Trap Omhoog. Doei Sander. Ik loop naar mijn fiets. Stop 1 iPod oortje in mijn rechteroor (op de linker ben ik gaan staan afgelopen donderdag en die is dus stuk. maar geen paniek, ik heb inmiddels alweer nieuwe besteld). Arctic Monkeys. Slot van fiets. Ik stap mijn fiets op. Ik adem diep in. Ik leef.
Les 3: Eten is belangrijk. Blijf ervan genieten.
Leegte Vullen
Het is 4.30 in de nacht. Bedtijd. Ik trek mijn pyjama recht en haal het dekbed omhoog tot ver boven mijn oren. Warmer. Gordijnen moeten dicht. Ik stap mijn bed uit en loop naar mijn donkerblauwe gordijnen. Verdomme. Ze waren al dicht. Terug naar bed. Herhaal het op de tweede regel beschreven ritueel. Ik val in slaap. Dromen. Naar. Steeds mooier. Ik geniet met mijn ogen dicht. Slapend, dat wel. Het is nog steeds donker. Hoe laat het is? Ik heb een digitale wekker, waarvan de wekker het niet doet, de tijd gelukkig wel. 15.06. Diep in de middag. Opsta Tijd. Beneden zijn mensen. Ik heb geen trek in mensen. Ik blijf nog even tv kijken. Ik voel me niet op me gemak nu, ben nota bene in mijn eigen huis, in mijn bed. 16.42. Ik begin nu wel honger te krijgen. Trek kleding aan en loop naar beneden. Naakt had ik liever gelopen, maar ik schaam mij als er mensen bij zijn. Hallo allemaal. "Goedenavond", zegt de vriendin van mijn broer. Grap valt niet in goede aarden bij mij. Ik smeer mijzelf 2 broodjes. Pindakaas op lekker bakkers bolletje en smeerkaas op ander lekker bakkers broodje. 2 glazen water. Ik zeg gedag en loop weer de trap op. Voel me eenzaam, leeg. Ik denk aan gister en de dagen ervoor. Leuke dagen. Bezoek. Voel me gelijk beter. Het Medicijn heb ik gevonden. Jij. Ik ben gelukkig. Wie had dat ooit gedacht. Ik voel me rijk, met maar 15 euro op mijn rekening. Het meervoud van Geluk is -wij-. Zonder jouw aanwezigheid zijn de gevoelens van vandaag slechts schilfers van die van vroeger.
Les 2: Je moet geen boodschappen doen als je honger hebt
Orlando; derderangsburger met De rieten gleufhoed. Lekker zoet en verdorven.
Ik heb altijd al eens een "blog" willen schrijven. Maar als het op deze manier moet, dan hoeft het voor mij nie meer, Orlando. Ik stop ook gelijk. Zo 'n iemand ben ik inderdaad. Daar schaam ik me ook wel voor hoor; dat mogen jullie best weten. Poeh, dat is gelukkig de wereld uit. Dus zo heeft Nils Holgersson zich zijn hele leven gevoeld. Blij dat te weten. Ik heb gelijk NOG minder respect voor de man/jonge knul. Met zijn gans. Wim helsen; heel ander verhaal. Maar daarover laten misschien meer. Anders dwalen we zo af he ;) Zou wel een klassieke fout zijn, maargoed. Ik maak graag fouten trouwens.Ik maak liever fouten dan dat ik alles eerst "stuk denk" alvorens tot actie over te gaan. Zouden meer mensen moeten doen. Waarom jat je nou een reclameslogan trouwens? Weet je wel hoe laat het is? Ja het is 3.06 uur in [uit?] de nacht. Maar het voelt als 17.06. Vandaar deze Blog. Maar ik moet gaan nu. De trein wacht niet meer op me. De tijden zijn veranderd. Jammer genoeg. Maar onthoud 1 ding, lieve blogkindertjes:
Orlando zal zich verder ontwikkelen en met Blogs op de proppen komen die ECHT pijn doen.
U bent gewaarschuwd
Les 1: Blijf altijd van je ouders houden