‘Dat ik je wel in je bek zou willen schijten, kanker bakker.’ ‘Wat?’ ‘Of ik 2 bruine broden en 1 croissantje mag.’ ‘Maar natuurlijk,’ zei bakker Willem vriendelijk. ‘Anders nog iets?’ Het was rumoerig genoeg in de bakkerij dus ik sloeg mijn slag. ‘Ja, dat je dochter zo’n lekker lichaam heeft, en een continue natte doos.’ ‘U moet echt wat duidelijker praten hoor als u wilt dat ik u versta, want ik versta u niet. Het is hier nogal druk, maar dat was u ook wel opgevallen nietwaar?’ En of me dat was opgevallen. Ik stond met mijn geruite jas tegen de kont aangedrukt van een dunne vrouw voor me. Even was ik bang dat ik haar zou moeten breken, om mijn dag nog een beetje goed te maken. Maar op het nippertje vond ik dus een andere manier om mijn touwtjes te laten vieren. ‘Bakker Willem, met je vieze brood.’ De vrouw hoorde mij en draaide zich om. ‘Ik versta het wel hoor wat u allemaal tegen bakker Willem zegt. Vindt u dat normaal?’ ‘Ja hoor, u niet dan?’ De vrouw dacht even na, en draaide zich toen weer om. ‘Zo, daar heeft ze niks op terug’, dacht ik nog bij mezelf. Maar ze had er wel van terug. Toen ik niks meer van haar verwachtte draaide ze zich om, pakte me met haar voet (!) bij mijn keel en riep: ‘En? Vond je het echt zo normaal wat je net deed? Net zo normaal als wat ik nu bij jou doe?’ Ze had me. Ik wist het. De dunne vrouw wist het. De hele bakkerij wist het. Alleen bakker Willem had zoals gewoonlijk weer niets door. Hoe kan je anders het geluid van een voet die een keel dichtknijpt verwarren met de zin: ‘Voor mij nog een halfje bruin, Willem.’ De hele bakkerij kwam niet meer bij van het lachen. Die Willem toch!! En weer was bakker Willem de schlemiel van de dag, zoals hij dat wel vaker was. De volgende morgen zou bakker Willem een overdosis brood in nemen. Het is hem vataal geworden. Willem is 42 jaar geworden. Dat is ook 42 jaar in broodjaren. Hij liet een briefje na met de woorden:
Brood was mijn leven
Brood werd mijn einde
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden
Zoals ook wij anderen hun schuld vergeven
En lijdt ons niet in bekoring
Maar verlos ons van het kwade
Bakker Willem
ps: Anita je mag de broodoven hebben. Ik houd zielsveel van je. Jouw Willempie.
dinsdag 6 januari 2009
woensdag 26 november 2008
Tijd voor Max (65+ omroep Max)
Op 20 november ben ik samen met mijn vriendin naar het programma Tijd voor Max geweest van omroep Max van de publieke omroep. Een consequentie hiervan is natuurlijk dat er geen reclame onderbrekingen zijn. Omroep Max is een 65+ omroep, maar het leek ons leuk om als enige jongere tussen dat oudere publiek te zitten. En om te zien of het überhaupt mogelijk was om daar een programma bij te wonen als 19-jarige. Dit was natuurlijk gewoon mogelijk.
Een paar dagen van te voren stuurde ik een mailtje voor de reserveringen. Een dag later kreeg ik een mailtje terug (met routebeschrijving) dat we donderdag 20 november om 16.30 uur werden verwacht op het Mediapark studio 32 in Hilversum. We moesten het Mediapark oplopen en dan de eerste straat rechts nemen en dan doorlopen tot de rode loper. En daar moesten we naar binnen. De koffie en thee zou al klaar staan.
Dus zo gezegd zo gedaan. En op 20 november zaten we daar met een kopje thee tussen allemaal ietwat oudere mensen. We werden wat vreemd aangekeken, maar voor de rest werd er niet moeilijk gedaan. Het programma begon een uurtje later om 17.30 uur. Er stonden drie zichtbare camera’s opgesteld met ieder drie cameramannen. Ook was er een opnameleider (plus een opnameleider-stagiar die ons de studio in liet), een mannetje die aangaf wanneer je moest klappen, één make-up stylist, drie mensen van de regie en de twee presentatoren. Dus een totaal van twaalf mensen op en rond de vloer. Op de aftiteling stond niet hoeveel mensen er aan het programma hadden meegewerkt. Er stond alleen op door wie het geproduceerd was (Omroep MAX), van welk merken de kleding van Martine en Sybrand waren (respectievelijk BANDOLERA en ModeMall Piet Zoomer) en een kopje Met Dank Aan (RegioNED en Ton Overmars).
De presentatoren zouden eerst een intro praatje houden met alle onderwerpen van het programma. Dat werd dan nog voor het reclameblok uitgezonden. Daarna zou het programma beginnen. Het is een live programma en daar kan niet in geknipt worden. Dit is natuurlijk een risico, zoals ook te zien was. Want in het intro vertelde Sybrand Niessen dat ze een onderwerp hadden over longkanker en de kijk van beeldend kunstenaars daarop, maar hij kan moest op zijn krukje gaan zitten maar hij viel er bijna naast. Hij moest lachen. Dit alles was natuurlijk een beetje ongelukkig, en zou er normaliter uitgeknipt zijn. Het feit dat het dus een live programma is heeft ook consequenties voor de herhaling op tv. Het was namelijk precies hetzelfde als toen wij bij de opnamen waren. Wel zie je natuurlijk gasten iets beter, omdat ze af en toe inzoomen op de gezichten. Als je erbij bent dan zie je natuurlijk niet op wie ze inzoomen.
De toon was gezet. De reclame was voorbij en het programma kon echt beginnen. Sybrand Niessen en Martine van Os beginnen met het doornemen van de kranten van vandaag. Herman Kuiphof was overleden. En andere artikel ging over dat Nederland een nieuwe krant rijker was, namelijk The Planet Times. Het was een gratis krant en twee mensen van die krant gingen er even over praten, waaronder de hoofdredacteur Max Herold. Puur toeval dat hij Max heette.
Het volgende onderdeeltje van de show bestond uit ene Michiel Akkerman die elke dag achter het internet zit en daarop de leukste filmpjes uitzoekt. Dit keer had hij er eentje meegenomen waarop een model te zien was die een paar keer van de catwalk afviel. Dit filmpje viel niet echt in de smaak bij het veelal oude publiek.
Nu was het tijd voor de hoofdgast van de show; Johnny Kraaijkamp jr. Martine en Sybrand beginnen met de zogeheten dilemmavragen. Er worden twee dingen gezegd en de gast moet er eentje kiezen. Kamperen of hotel? Rijk of beroemd? Vrijgezel of familieman? Dat soort vragen. Vervolgens een rondje kijkersvragen, zoals: Hoe gaat het met je vader?
In het volgende item werd er een filmpje gestart over twee boswachters in het Biesbos. Een oudere boswachter die figuurlijk het stokje overgaf aan een jongere boswachter. Er werd vertelt dat het respectievelijk de oudste en de jongste boswachters van Nederland waren. Ze vertelden over hun werk en hun passie voor de natuur.
Vervolgens kregen we weer de tafel te zien. Hieraan waren inmiddels twee mensen aangeschoven. Een arts en een longkankerpatiënte. Aanleiding was het project Long Stories waarin beeldend kunstenaars kunst maken aan de hand van levensverhalen van verschillende longkankerpatiënten. Ze praatten over hun eigen ervaringen met longkanker en over het project.
Voor het volgende item werd er weer een filmpje gestart. Ditmaal met de veelzeggende naam: Kleren maken de Man. Kijkers geven hun partner op voor een metamorfose qua kledij. Dit keer was er een man die in de zeevaart zat en zijn vrouw was dus niet blij met zijn kleding stijl (die volgens hem gewoon lekker moest zitten). De man kreeg een trendy look en als ie beloofde de nieuwe kleding vaker aan te trekken mocht hij de nieuwe, trendy kleding houden.
Vervolgens een item met een vrouw die allerlei tips gaf om te bezuinigen tijdens de aankomende feestdag.
Terug naar de tafel met hoofdgast Johnny Kraaijkamp jr. Hij begon steeds meer een ongeïnteresseerde houding aan te nemen. Het publiek om ons heen had niks door. Het gesprek kabbelde voort over de feestdagen en belande uiteindelijk bij zijn rol in de nieuwe musical waarin Kraaijkamp speelt, Cabaret genaamd. Sybrand wist niet dat Johnny kon zingen en dat zegt hij dan ook. Johnny moet zich zichtbaar inhouden en zegt: ‘Blijkbaar dus wel’. De regie voelt dat het tijd is voor het outro-muziekje en start de band. Martine probeert de boel te redden en kondigt dat het het einde van de show is. Er volgt nog een laatste boodschap (dat er kaarten gewonnen kunnen worden voor musicalvoorstelling Cabaret) en dat aankomende maandag Joris Linsen te gast is.
Ik vind het lastig om een exacte schatting te maken over de kosten van een uitzending. Maar aangezien Omroep MAX niet zo groot is als bijvoorbeeld RTL zal het een stuk lager zijn dan bijvoorbeeld bij het rtl-programma Succes Verzekerd. Ik denk dat de meeste kosten zitten in de camera’s, de catering en de salarissen van de twee presentatoren. En dan vooral dat van Sybrand Niessen. Die staat er toch wel bekend om dat hij niet goedkoop is.
Een paar dagen van te voren stuurde ik een mailtje voor de reserveringen. Een dag later kreeg ik een mailtje terug (met routebeschrijving) dat we donderdag 20 november om 16.30 uur werden verwacht op het Mediapark studio 32 in Hilversum. We moesten het Mediapark oplopen en dan de eerste straat rechts nemen en dan doorlopen tot de rode loper. En daar moesten we naar binnen. De koffie en thee zou al klaar staan.
Dus zo gezegd zo gedaan. En op 20 november zaten we daar met een kopje thee tussen allemaal ietwat oudere mensen. We werden wat vreemd aangekeken, maar voor de rest werd er niet moeilijk gedaan. Het programma begon een uurtje later om 17.30 uur. Er stonden drie zichtbare camera’s opgesteld met ieder drie cameramannen. Ook was er een opnameleider (plus een opnameleider-stagiar die ons de studio in liet), een mannetje die aangaf wanneer je moest klappen, één make-up stylist, drie mensen van de regie en de twee presentatoren. Dus een totaal van twaalf mensen op en rond de vloer. Op de aftiteling stond niet hoeveel mensen er aan het programma hadden meegewerkt. Er stond alleen op door wie het geproduceerd was (Omroep MAX), van welk merken de kleding van Martine en Sybrand waren (respectievelijk BANDOLERA en ModeMall Piet Zoomer) en een kopje Met Dank Aan (RegioNED en Ton Overmars).
De presentatoren zouden eerst een intro praatje houden met alle onderwerpen van het programma. Dat werd dan nog voor het reclameblok uitgezonden. Daarna zou het programma beginnen. Het is een live programma en daar kan niet in geknipt worden. Dit is natuurlijk een risico, zoals ook te zien was. Want in het intro vertelde Sybrand Niessen dat ze een onderwerp hadden over longkanker en de kijk van beeldend kunstenaars daarop, maar hij kan moest op zijn krukje gaan zitten maar hij viel er bijna naast. Hij moest lachen. Dit alles was natuurlijk een beetje ongelukkig, en zou er normaliter uitgeknipt zijn. Het feit dat het dus een live programma is heeft ook consequenties voor de herhaling op tv. Het was namelijk precies hetzelfde als toen wij bij de opnamen waren. Wel zie je natuurlijk gasten iets beter, omdat ze af en toe inzoomen op de gezichten. Als je erbij bent dan zie je natuurlijk niet op wie ze inzoomen.
De toon was gezet. De reclame was voorbij en het programma kon echt beginnen. Sybrand Niessen en Martine van Os beginnen met het doornemen van de kranten van vandaag. Herman Kuiphof was overleden. En andere artikel ging over dat Nederland een nieuwe krant rijker was, namelijk The Planet Times. Het was een gratis krant en twee mensen van die krant gingen er even over praten, waaronder de hoofdredacteur Max Herold. Puur toeval dat hij Max heette.
Het volgende onderdeeltje van de show bestond uit ene Michiel Akkerman die elke dag achter het internet zit en daarop de leukste filmpjes uitzoekt. Dit keer had hij er eentje meegenomen waarop een model te zien was die een paar keer van de catwalk afviel. Dit filmpje viel niet echt in de smaak bij het veelal oude publiek.
Nu was het tijd voor de hoofdgast van de show; Johnny Kraaijkamp jr. Martine en Sybrand beginnen met de zogeheten dilemmavragen. Er worden twee dingen gezegd en de gast moet er eentje kiezen. Kamperen of hotel? Rijk of beroemd? Vrijgezel of familieman? Dat soort vragen. Vervolgens een rondje kijkersvragen, zoals: Hoe gaat het met je vader?
In het volgende item werd er een filmpje gestart over twee boswachters in het Biesbos. Een oudere boswachter die figuurlijk het stokje overgaf aan een jongere boswachter. Er werd vertelt dat het respectievelijk de oudste en de jongste boswachters van Nederland waren. Ze vertelden over hun werk en hun passie voor de natuur.
Vervolgens kregen we weer de tafel te zien. Hieraan waren inmiddels twee mensen aangeschoven. Een arts en een longkankerpatiënte. Aanleiding was het project Long Stories waarin beeldend kunstenaars kunst maken aan de hand van levensverhalen van verschillende longkankerpatiënten. Ze praatten over hun eigen ervaringen met longkanker en over het project.
Voor het volgende item werd er weer een filmpje gestart. Ditmaal met de veelzeggende naam: Kleren maken de Man. Kijkers geven hun partner op voor een metamorfose qua kledij. Dit keer was er een man die in de zeevaart zat en zijn vrouw was dus niet blij met zijn kleding stijl (die volgens hem gewoon lekker moest zitten). De man kreeg een trendy look en als ie beloofde de nieuwe kleding vaker aan te trekken mocht hij de nieuwe, trendy kleding houden.
Vervolgens een item met een vrouw die allerlei tips gaf om te bezuinigen tijdens de aankomende feestdag.
Terug naar de tafel met hoofdgast Johnny Kraaijkamp jr. Hij begon steeds meer een ongeïnteresseerde houding aan te nemen. Het publiek om ons heen had niks door. Het gesprek kabbelde voort over de feestdagen en belande uiteindelijk bij zijn rol in de nieuwe musical waarin Kraaijkamp speelt, Cabaret genaamd. Sybrand wist niet dat Johnny kon zingen en dat zegt hij dan ook. Johnny moet zich zichtbaar inhouden en zegt: ‘Blijkbaar dus wel’. De regie voelt dat het tijd is voor het outro-muziekje en start de band. Martine probeert de boel te redden en kondigt dat het het einde van de show is. Er volgt nog een laatste boodschap (dat er kaarten gewonnen kunnen worden voor musicalvoorstelling Cabaret) en dat aankomende maandag Joris Linsen te gast is.
Ik vind het lastig om een exacte schatting te maken over de kosten van een uitzending. Maar aangezien Omroep MAX niet zo groot is als bijvoorbeeld RTL zal het een stuk lager zijn dan bijvoorbeeld bij het rtl-programma Succes Verzekerd. Ik denk dat de meeste kosten zitten in de camera’s, de catering en de salarissen van de twee presentatoren. En dan vooral dat van Sybrand Niessen. Die staat er toch wel bekend om dat hij niet goedkoop is.
vrijdag 7 november 2008
Verhaal nr. 3 = Johnny Rep: ‘’Zwangere joden bruut afgeslacht om keppels’’
6 november 2008, 2:30
Limonadeglazen suiker staan al klaar op tafel. De zoetbekken die kapot zitten te gaan op hun stoel snakken naar een slokje. Het wachten is op Peter 'kruimeldief' Malone. Malone kwam altijd fashionable-late. Hij kon het zich veroorloven. Peter was namelijk de zoon van Peter Sprokkelhout, de opera-slager. Pieter kwam wel vaker te laat, maar toch maakten de zoetbekken zich altijd zorgen. Pieter lag waarschijnlijk nog te slapen. Tijdens het slapen kunnen echter de gekste dingen gebeuren, aldus zoetbek Karel. Terwijl hij dat zei kwam er een penetrante zoute kutlucht uit zijn mond. De andere zoetekauwen vonden dit niet gezellig en zoet genoeg en zeiden er wat van. Karel is een mannetje dat snel op zijn teentjes is getrapt. Dan loopt hij rood aan en begint puberale angstkreten uit te stoten. Uit woede nam Karel een forse slok suiker en lachte er gemeen bedoeld bij. Maar op dat moment kwam Peter binnen. Karel verloor zijn (toch al belabberde) evenwicht en viel van zijn kruk. Hij kwam zeer gemeen op z’n nek terecht. De nek spatte uit elkaar in duizenden stukken. Zo gaat dat nu eenmaal bij zoetbekken. Peter rende in slow motion naar Karel, om hem vervolgens een loer te draaien. Hij pakte zijn loer, plantte hem in de neus van Karel, en begon als een malle pelikaan te draaien. Het leek wel kermis. Zoetbek Warem van den Kudt had namelijk zojuist de jaren '80 klassieker Pinguin-dans van De Kermisklanten opgezet. En goed hard ook. Wat een heerlijk muziekje had Karel dit gevonden. Simpelweg omdat het gewoon een heerlijk muziekje wás. Karel zou er tranen van in zijn ogen hebben gekregen.
Peter werd altijd hitsig van De Kermisklanten. Nu ook. Hij balde zijn vuist, likte hem om hem vervolgens in de suiker te laten glijden. Een gesuikerde vuist was het logische resultaat. De menigte keek vol bewondering naar Peter. Hij kon al niet stuk, maar nu al helemaal niet meer. Hij moest de nieuwe Messias zijn, dat kon toch niet anders? Of ze moesten de Messias gemist hebben. Misschien waren de zoetbekken wel een keer niet thuis toen de Messias langs kwam? Of ze hoorden de bel niet? Het behoort tot de mogelijkheden, maar de kans was klein dat Peter de Messias niet was. Hij kon namelijk ook nog een behoorlijk potje tennissen (clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal). Even resumeren: Pieter 'kruimeldief' Malone. 46 jaar oud/jong (hier kan je hem heel pissig mee maken). Zoetbek. Fashionable-late. Zoon van opera-slager Sprokkelhout. Loer. De Kermisklanten. Suiker-vuist. Clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal (hij heeft ook een keer het aardbeientoernooi gewonnen). Zoetbek Steve wist het zeker: aan mijn tafel zit de Messias.
Steve viel graag in de smaak bij homo Pieter. Hij sprak dan ook regelmatig met Pieter over homoseksualiteit. Steve zei dan dat hij homo's "geweldige mensen" en "echte dierenvrienden" vindt. Diep in zijn hart, hekelde hij homo's. Vooral de gedachte aan wat homo's met elkaar uitvreten, deed hem kotsen. Hij moest er niet aan denken met een lul in zijn nek in de file te staan. Files maakten hem namelijk zenuwachtig. De lul werkte volgens Steve dan als drugs. Die zouden zijn nerveuze buikgevoelens alleen maar versterken. Steve durfde vanwege de homoseksualiteit van Pieter, niet aan hem te vragen of hij ook werkelijk de Messias was. Andere zoetbekken durfden het wel, maar Steve stak daar dan steeds een stokje voor. Meestal trok hij dan een potje zout, en vaak hield de zoetbek in kwestie dan zijn bek wel. De zoetbekken zullen om die reden nooit te weten komen, of Pieter de Messias is. Het enige dat zij kunnen doen is wachten, op de dood van Steve, en drinken van veel, heel veel limonadeglazen suiker.
Verhaal 3
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
Limonadeglazen suiker staan al klaar op tafel. De zoetbekken die kapot zitten te gaan op hun stoel snakken naar een slokje. Het wachten is op Peter 'kruimeldief' Malone. Malone kwam altijd fashionable-late. Hij kon het zich veroorloven. Peter was namelijk de zoon van Peter Sprokkelhout, de opera-slager. Pieter kwam wel vaker te laat, maar toch maakten de zoetbekken zich altijd zorgen. Pieter lag waarschijnlijk nog te slapen. Tijdens het slapen kunnen echter de gekste dingen gebeuren, aldus zoetbek Karel. Terwijl hij dat zei kwam er een penetrante zoute kutlucht uit zijn mond. De andere zoetekauwen vonden dit niet gezellig en zoet genoeg en zeiden er wat van. Karel is een mannetje dat snel op zijn teentjes is getrapt. Dan loopt hij rood aan en begint puberale angstkreten uit te stoten. Uit woede nam Karel een forse slok suiker en lachte er gemeen bedoeld bij. Maar op dat moment kwam Peter binnen. Karel verloor zijn (toch al belabberde) evenwicht en viel van zijn kruk. Hij kwam zeer gemeen op z’n nek terecht. De nek spatte uit elkaar in duizenden stukken. Zo gaat dat nu eenmaal bij zoetbekken. Peter rende in slow motion naar Karel, om hem vervolgens een loer te draaien. Hij pakte zijn loer, plantte hem in de neus van Karel, en begon als een malle pelikaan te draaien. Het leek wel kermis. Zoetbek Warem van den Kudt had namelijk zojuist de jaren '80 klassieker Pinguin-dans van De Kermisklanten opgezet. En goed hard ook. Wat een heerlijk muziekje had Karel dit gevonden. Simpelweg omdat het gewoon een heerlijk muziekje wás. Karel zou er tranen van in zijn ogen hebben gekregen.
Peter werd altijd hitsig van De Kermisklanten. Nu ook. Hij balde zijn vuist, likte hem om hem vervolgens in de suiker te laten glijden. Een gesuikerde vuist was het logische resultaat. De menigte keek vol bewondering naar Peter. Hij kon al niet stuk, maar nu al helemaal niet meer. Hij moest de nieuwe Messias zijn, dat kon toch niet anders? Of ze moesten de Messias gemist hebben. Misschien waren de zoetbekken wel een keer niet thuis toen de Messias langs kwam? Of ze hoorden de bel niet? Het behoort tot de mogelijkheden, maar de kans was klein dat Peter de Messias niet was. Hij kon namelijk ook nog een behoorlijk potje tennissen (clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal). Even resumeren: Pieter 'kruimeldief' Malone. 46 jaar oud/jong (hier kan je hem heel pissig mee maken). Zoetbek. Fashionable-late. Zoon van opera-slager Sprokkelhout. Loer. De Kermisklanten. Suiker-vuist. Clubkampioen dames dubbel bij De Cromme Bal (hij heeft ook een keer het aardbeientoernooi gewonnen). Zoetbek Steve wist het zeker: aan mijn tafel zit de Messias.
Steve viel graag in de smaak bij homo Pieter. Hij sprak dan ook regelmatig met Pieter over homoseksualiteit. Steve zei dan dat hij homo's "geweldige mensen" en "echte dierenvrienden" vindt. Diep in zijn hart, hekelde hij homo's. Vooral de gedachte aan wat homo's met elkaar uitvreten, deed hem kotsen. Hij moest er niet aan denken met een lul in zijn nek in de file te staan. Files maakten hem namelijk zenuwachtig. De lul werkte volgens Steve dan als drugs. Die zouden zijn nerveuze buikgevoelens alleen maar versterken. Steve durfde vanwege de homoseksualiteit van Pieter, niet aan hem te vragen of hij ook werkelijk de Messias was. Andere zoetbekken durfden het wel, maar Steve stak daar dan steeds een stokje voor. Meestal trok hij dan een potje zout, en vaak hield de zoetbek in kwestie dan zijn bek wel. De zoetbekken zullen om die reden nooit te weten komen, of Pieter de Messias is. Het enige dat zij kunnen doen is wachten, op de dood van Steve, en drinken van veel, heel veel limonadeglazen suiker.
Verhaal 3
Revolución Goulash (het meest verfrissende schrijversduo ooit; Sven Bersee alias Edwin Pindahaai en Orlando Eduardo Amador)
Labels:
Goulash,
Orlando Ruiz,
Revolución,
zoetbek
Nachtegaaltje van me
2 november 2008, 17:19
Verlangens koester ik allang niet meer, Nachtegaaltje van me. Die liet ik varen nadat je zo heftig begon te zweten. Ik kan het wel begrijpen, maar je kan me niks kwalijk nemen. Ik neem jou. Pijnlijk schmink ik je achterdochtig uit de losse pols. Jij vindt dit niet amusant en hekelt mijn lakse talenten. Ik daarentegen gooi nog een koperstuk in de muur en trek een kroket uit haar hokje. Buiten schijnt de maan, binnen schijn ik. Leg je er maar bij neer, schatje. De dienst uitmaken ligt mij gewoon heel erg goed. Wil je spaghetti voor me maken? Ik heb onwijze honger. Binnen 5 minuten op tafel als het even kan. Ik pak het eremetaal en draai wat Italiaanse slierten in me soep-eter. Gulzig zet ik ze aan mijn lippen en lik. Smaakt aardig, en dus ga ik door. Helemaal het mondje in. Dit zal ze leren.
Ik eet alles op, en beweeg me richting mijn luie zetel. Ik plof me erin, kijk naar beneden om me vervolgens tot God te richten: “God, waar heb ik dit aan te danken? Ik ben bereid om alles te doen om me weer superieur te voelen. Soms heb ik het gevoel dat andere mensen beter zijn dan mij, maar we weten natuurlijk allebei dat dit koeienpoep is. Flitsen van dogma’s razen over mijn snelweg, als gebakken troubadours. Niemand weet dan meer wat echt is en wat niet. Ik zelf al helemaal niet. De enige oplossing die ik kan bedenken is zo metaforisch dat ik hem niet eens uit kan spreken, laat staan uitvoeren. Ik ben ten einde raad. Help mij.” Ik sta op. Trek mijn jas aan, en doe de deur open. Buiten is het al donker, en de sloot ligt er weer diep bij. Waar is de klassieke muziek als je het nodig heb? De nacht strekt zich uit als een gapende beer. Violen zwellen op, om vervolgens genadeloos de genade klap te geven. Recht in mijn bakkes. Die zag ik aankomen, dat maakt het natuurlijk nog zuurder allemaal. Ik dwarrel naar het einde van de straat. Ik kijk goed om me heen. Een penetrante zweetlucht boort zich in mijn neus en ogen. Voor mij ligt een zwerver te slapen. Ik maak hem wakker door hem zachtjes tegen de schenen te trappen. Ik geef hem mijn mes en beveel hem mij in de borst te steken. Hij kijkt mij verbaasd aan en weigert. Ik geef hem mijn zilveren horloge en eis dat hij het doet. Ik verwachtte natuurlijk dat hij om meer dingen zou vragen alvorens het misschien te doen, maar plots steekt hij zijn arm naar achteren en met een korte beweging steekt hij mijn mes in me middenrif. Met een glimlach stort ik ter aarde. Het enige dat toen te horen was, was mijn paniekerige bulderlach. De zwerver gaf me mijn horloge terug en trok zich terug in mijn wereld, de verrotte wereld.
Verlangens koester ik allang niet meer, Nachtegaaltje van me. Die liet ik varen nadat je zo heftig begon te zweten. Ik kan het wel begrijpen, maar je kan me niks kwalijk nemen. Ik neem jou. Pijnlijk schmink ik je achterdochtig uit de losse pols. Jij vindt dit niet amusant en hekelt mijn lakse talenten. Ik daarentegen gooi nog een koperstuk in de muur en trek een kroket uit haar hokje. Buiten schijnt de maan, binnen schijn ik. Leg je er maar bij neer, schatje. De dienst uitmaken ligt mij gewoon heel erg goed. Wil je spaghetti voor me maken? Ik heb onwijze honger. Binnen 5 minuten op tafel als het even kan. Ik pak het eremetaal en draai wat Italiaanse slierten in me soep-eter. Gulzig zet ik ze aan mijn lippen en lik. Smaakt aardig, en dus ga ik door. Helemaal het mondje in. Dit zal ze leren.
Ik eet alles op, en beweeg me richting mijn luie zetel. Ik plof me erin, kijk naar beneden om me vervolgens tot God te richten: “God, waar heb ik dit aan te danken? Ik ben bereid om alles te doen om me weer superieur te voelen. Soms heb ik het gevoel dat andere mensen beter zijn dan mij, maar we weten natuurlijk allebei dat dit koeienpoep is. Flitsen van dogma’s razen over mijn snelweg, als gebakken troubadours. Niemand weet dan meer wat echt is en wat niet. Ik zelf al helemaal niet. De enige oplossing die ik kan bedenken is zo metaforisch dat ik hem niet eens uit kan spreken, laat staan uitvoeren. Ik ben ten einde raad. Help mij.” Ik sta op. Trek mijn jas aan, en doe de deur open. Buiten is het al donker, en de sloot ligt er weer diep bij. Waar is de klassieke muziek als je het nodig heb? De nacht strekt zich uit als een gapende beer. Violen zwellen op, om vervolgens genadeloos de genade klap te geven. Recht in mijn bakkes. Die zag ik aankomen, dat maakt het natuurlijk nog zuurder allemaal. Ik dwarrel naar het einde van de straat. Ik kijk goed om me heen. Een penetrante zweetlucht boort zich in mijn neus en ogen. Voor mij ligt een zwerver te slapen. Ik maak hem wakker door hem zachtjes tegen de schenen te trappen. Ik geef hem mijn mes en beveel hem mij in de borst te steken. Hij kijkt mij verbaasd aan en weigert. Ik geef hem mijn zilveren horloge en eis dat hij het doet. Ik verwachtte natuurlijk dat hij om meer dingen zou vragen alvorens het misschien te doen, maar plots steekt hij zijn arm naar achteren en met een korte beweging steekt hij mijn mes in me middenrif. Met een glimlach stort ik ter aarde. Het enige dat toen te horen was, was mijn paniekerige bulderlach. De zwerver gaf me mijn horloge terug en trok zich terug in mijn wereld, de verrotte wereld.
Labels:
god,
nachtegaaltje,
Orlando Ruiz,
zwerver
Bert van Leeuwen
18 oktober 2008, 00:26
Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: That’s the Question (een programma van de Evangelische Omroep) is een heel erg vervelend en naar programma. In het programma moeten kandidaten antwoorden vormen met letters die vooraf gegeven zijn. Ook is er een extra letter, en die komt dan in de zin die aan het eind van de ronde geraden moet worden. Deze zin is een vraag en die moeten ze dan weer beantwoorden. Diegene die de vraag heeft geraden krijgt twee foto’s te zien die te maken hebben met de vraag. Als de eind vraag bijvoorbeeld is: Wie is de presentator van Tijd voor Max (antwoord is natuurlijk de geniale Sybrand Niessen)? Dan krijgt de kandidaat die de vraag goed had beantwoord twee foto’s te zien en moet dan raden wie van de twee Sybrand is.
Snapt u het nog? De programmamakers proberen met deze verwarrende opzet te verbloemen dat het programma eigenlijk geen zak voorstelt. En nu heb ik het nog niet eens gehad over het enfant terrible (de Judas zoals u wilt) van de EO; Bert van Leeuwen. Bert van Leeuwen zegt u? Waar ken ik die ook alweer van? Nou, die kunt u kennen van het eveneens belabberde programma Het Familie Diner. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. Bert van Leeuwen dus. Vaak kan hij zich niet inhouden als een kandidaat het antwoord op een (in zijn ogen zeer makkelijke) vraag niet weet. Bert moet dan altijd een beetje lachen. Maar niet op een lieve manier. Bert lacht dan gemeen. Vaak ook een beetje sarcastisch. Zo van: hahaha dat je dat niet weet! Misschien is het woord grinniken beter op zijn plaats. Ik denk dat Bert van Leeuwen ook de site van That’s the Question in elkaar zet. Want als je daar heen surft is het eerste dat je leest de zin: Leuk dat u mee wilt doen aan ‘That’s the Question’. Op deze pagina kunt u het aanmeldingsformulier aanklikken waarmee u zich kunt opgeven als kandidaat. Wat een arrogantie! Typisch Bert. Wie zegt dat ik mee wil doen met het programma?! Misschien zocht ik wel naar That’s the Session, en kwam ik per ongeluk op de site van Bert.
Over het decor heb ik ook weinig goeds te melden. Achter de deelnemers staat een geel/lime-groen decor waar ik nog steeds niet van weet wat voor vorm het precies moet voorstellen. Ook de deskjes van de kandidaten zijn niet om aan te zien. Ik houd meestal wel van geel, maar deze tint geel doet vrij weinig met me. Zoals Glen Creeber in het Television Genre Book zegt is de quizshow erg makkelijk en goedkoop te maken (blz. 80, Television Genre Book). Hier kan ik me volkomen in vinden als ik That’s the Question naast deze uitspraak leg. De show heeft een goedkope uitstraling. Ook het prijzengeld is erg laag. Ze kunnen (mits ze gewonnen hebben) wel terug komen! Dit verzacht de pijn nog enigszins. De programmamakers hebben weinig tijd gestoken in het decor en in het concept, maar hebben gedacht: met een charismatische presentator ala Bert van Leeuwen moet het ook wel lukken. Niet dus.
Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: That’s the Question (een programma van de Evangelische Omroep) is een heel erg vervelend en naar programma. In het programma moeten kandidaten antwoorden vormen met letters die vooraf gegeven zijn. Ook is er een extra letter, en die komt dan in de zin die aan het eind van de ronde geraden moet worden. Deze zin is een vraag en die moeten ze dan weer beantwoorden. Diegene die de vraag heeft geraden krijgt twee foto’s te zien die te maken hebben met de vraag. Als de eind vraag bijvoorbeeld is: Wie is de presentator van Tijd voor Max (antwoord is natuurlijk de geniale Sybrand Niessen)? Dan krijgt de kandidaat die de vraag goed had beantwoord twee foto’s te zien en moet dan raden wie van de twee Sybrand is.
Snapt u het nog? De programmamakers proberen met deze verwarrende opzet te verbloemen dat het programma eigenlijk geen zak voorstelt. En nu heb ik het nog niet eens gehad over het enfant terrible (de Judas zoals u wilt) van de EO; Bert van Leeuwen. Bert van Leeuwen zegt u? Waar ken ik die ook alweer van? Nou, die kunt u kennen van het eveneens belabberde programma Het Familie Diner. Maar daar gaan we het nu niet over hebben. Bert van Leeuwen dus. Vaak kan hij zich niet inhouden als een kandidaat het antwoord op een (in zijn ogen zeer makkelijke) vraag niet weet. Bert moet dan altijd een beetje lachen. Maar niet op een lieve manier. Bert lacht dan gemeen. Vaak ook een beetje sarcastisch. Zo van: hahaha dat je dat niet weet! Misschien is het woord grinniken beter op zijn plaats. Ik denk dat Bert van Leeuwen ook de site van That’s the Question in elkaar zet. Want als je daar heen surft is het eerste dat je leest de zin: Leuk dat u mee wilt doen aan ‘That’s the Question’. Op deze pagina kunt u het aanmeldingsformulier aanklikken waarmee u zich kunt opgeven als kandidaat. Wat een arrogantie! Typisch Bert. Wie zegt dat ik mee wil doen met het programma?! Misschien zocht ik wel naar That’s the Session, en kwam ik per ongeluk op de site van Bert.
Over het decor heb ik ook weinig goeds te melden. Achter de deelnemers staat een geel/lime-groen decor waar ik nog steeds niet van weet wat voor vorm het precies moet voorstellen. Ook de deskjes van de kandidaten zijn niet om aan te zien. Ik houd meestal wel van geel, maar deze tint geel doet vrij weinig met me. Zoals Glen Creeber in het Television Genre Book zegt is de quizshow erg makkelijk en goedkoop te maken (blz. 80, Television Genre Book). Hier kan ik me volkomen in vinden als ik That’s the Question naast deze uitspraak leg. De show heeft een goedkope uitstraling. Ook het prijzengeld is erg laag. Ze kunnen (mits ze gewonnen hebben) wel terug komen! Dit verzacht de pijn nog enigszins. De programmamakers hebben weinig tijd gestoken in het decor en in het concept, maar hebben gedacht: met een charismatische presentator ala Bert van Leeuwen moet het ook wel lukken. Niet dus.
Labels:
Bert,
Leeuwen,
Orlando Ruiz,
storey,
uva
Muilkorf Bek
11 oktober 2008, 03:06
Ik heb een neiging tot malle danspasjes.
Bij mij vaak ridicuul en mal, maar nu ontspannen en normaal.
Niet maf als kristallen ogen in de vuurdoop.
Negers met ballen als vogels, hun keel schrapend.
Likken mijn hielen, wroeten in de taart van Abel.
De bakker staart
De staart tussen de benen,
Het hoofd lichtelijk gekanteld, uit het standpunt van de honden.
De bewakers van de nachtelijke rust.
Ik blaas ze keihard in het gezicht. Dit zal ze leren.
Ik herhaal dit ontelbaar veel keer, blijft even heerlijk.
Mijn muilkorf korft zich een weg door een melange van benen.
Afgehakte ledematen kijken met lede ogen mijn poten na.
Ze denken: wat is er aan de hand?
De korenwolf fluistert: dear science, en sterft met een glimlach.
Ik heb een neiging tot malle danspasjes.
Bij mij vaak ridicuul en mal, maar nu ontspannen en normaal.
Niet maf als kristallen ogen in de vuurdoop.
Negers met ballen als vogels, hun keel schrapend.
Likken mijn hielen, wroeten in de taart van Abel.
De bakker staart
De staart tussen de benen,
Het hoofd lichtelijk gekanteld, uit het standpunt van de honden.
De bewakers van de nachtelijke rust.
Ik blaas ze keihard in het gezicht. Dit zal ze leren.
Ik herhaal dit ontelbaar veel keer, blijft even heerlijk.
Mijn muilkorf korft zich een weg door een melange van benen.
Afgehakte ledematen kijken met lede ogen mijn poten na.
Ze denken: wat is er aan de hand?
De korenwolf fluistert: dear science, en sterft met een glimlach.
Labels:
abel,
bek,
melange,
Muilkorf,
Orlando Ruiz,
tv on the radio
Koud
7 oktober 2008, 22.46
Over een bospad.
Lopen wij hand in hand.
Ik niet.
Ik loop alleen,
alleen met mijn hand warm in de jouwe.
Koud als ik er aan denk.
Spechten tikken met hun snavels,
kleine deukjes in mijn geweten.
Ze hebben me door
en vliegen weg.
Jij kijkt me aan,
Ik kijk naar je hand.
Mijn hand.
Over een bospad.
Lopen wij hand in hand.
Ik niet.
Ik loop alleen,
alleen met mijn hand warm in de jouwe.
Koud als ik er aan denk.
Spechten tikken met hun snavels,
kleine deukjes in mijn geweten.
Ze hebben me door
en vliegen weg.
Jij kijkt me aan,
Ik kijk naar je hand.
Mijn hand.
Labels:
alleen,
hand,
koud,
Orlando Ruiz
Heer
8 juli 2008, 4.25
Het begin zoals het hoort te zijn
Niemand weet wat ik bedoel
Ik mompel: Apocalyptische Duivels Kunstenaar
Men trek de wenkbrauwen op
Ik nies: verwoestende lawines
Dokters halen hun neus op
Ik spuug: kolkende massa’s lava
Ze kunnen niks meer doen
Het is te laat
Ik zit bij de openhaard
Genietend van de lijken
Het begin zoals het hoort te zijn
Niemand weet wat ik bedoel
Ik mompel: Apocalyptische Duivels Kunstenaar
Men trek de wenkbrauwen op
Ik nies: verwoestende lawines
Dokters halen hun neus op
Ik spuug: kolkende massa’s lava
Ze kunnen niks meer doen
Het is te laat
Ik zit bij de openhaard
Genietend van de lijken
Labels:
Apocalyptische,
Duivels,
fez,
heer,
Kunstenaar,
lava,
Orlando Ruiz
De homofiele viervoeter
17 juni 2008, 15:28
Ik kwam me laatst een mooi beestje tegen. Hij noemde zichzelf Joppe [Frans uitspreken svp, vermeldde hij erachteraan]. Ik proefde al dat er iets niet klopte. Ik likte namelijk gierig aan zijn oren. Achteraf praten is natuurlijk makkelijk, maar nu weet ik pas wat hem merkwaardig maakte. Dit beest had een roze cape om zijn lichaam. Joppe, de hond, praatte tegen mij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dit is natuurlijk niet het geval, ook al beweren de Media iets anders. Laat u niks wijsmaken. Luister alleen naar mij, en het komt misschien allemaal nog goed met u.
‘Ken ik jou niet ergens van’?, probeerde ik tevergeefs. Maar Joppe pareerde werkelijk op briljante wijze de ene na de andere briljante vraag van mij. Langzaam begon IK de hond te worden van de twee. Hij draaide de rollen om! Wat was het toch een leep manneke. ‘Ken ik JOU ergens van’? , vroeg de hond met een allure die ik niet gewend was van dit soort type beesten. ‘Niet dat ik weet’, zei ik met een snik in me stem (tsja, ik moest toch íets proberen?!). Joppe keek me vol argwaan aan, hij wist dat ik loog. ‘Je ziet eruit alsof je wel een pilske kan gebruiken’. ‘Dat klopt’, zei ik. Hij nam me bij me arm (zoals een homofiele hond betaamt) en stak met mij de straat over. De straat waar het inmiddels ijzingwekkend rustig was voor deze tijd in het weekend. Ik telde hooguit 3 passerende auto’s. Een grijze Renault Clio (met Duits kenteken), een Volkswagen Golf (met kapot achterlicht) en een Ford Ka (vraag me niet hoe die eruit zag, ik wil jullie namelijk niet kwetsen).
We stapten de eerste de beste kroeg binnen en gingen aan de bar zitten. ‘Twee bier en een portie borrelnootjes’, zei Joppe tegen de barman. De manier hoe hij nootjes uitsprak beviel me allerminst. Hij wilde iets van me, dat was inmiddels wel duidelijk. We kregen de twee pilsjes en een bakje nootjes en Joppe begon tegen me te praten. ‘Wil je iets voor me doen?’, vroeg hij. Ik kon alleen maar onderdanig knikken, dus dat deed ik dan ook. ‘Ok, luister goed. Zie je die vrouw daar in de hoek? Met dat rode jasje?’ En of ik die zag, wat een spuuglelijk jasje had ze aan. ‘Je gaat zodirect naar haar toe en vraagt haar of ze van honden houdt. Vervolgens voer je haar een borrelnootje en als ze die op heeft vraag je haar of ze zin heeft om mee te naar de bar, waar een vriend van je zit.’ Joppe zat daar op die barkruk met een strakke hondenblik in zijn ogen. Ik vroeg waarom ik dit moest doen, maar het zei dat ik dat straks vanzelf wel zou zien.
Ik stapte van me kruk af en liep op de desbetreffende dame af. Ze zat daar in een hoek van de kroeg met een verveelde blik in haar ogen. ‘Hallo daar’, riep ik. De muziek stond namelijk erg hard aan. ‘Hallo’, zei ze zonder opkijken. ‘Vind je het goed als ik naast je kom zitten?’. ‘Ach, als je dat echt wil, maar ik ga niet met je neuken’. Pfff, deze dame zou geen gemakkelijke prooi worden. ‘Hou je van honden?’ Ze keek eindelijk op en keek me recht in de ogen. ‘Wat is dat nou voor een onnozele vraag?’, vroeg ze me. Vervolgens opende ik haar mond en stopte ik het borrelnootje dat ik de hele tijd in mijn hand had gehouden in haar mond. Het was een beetje gaan smelten in mij warme handen. De vrouw keek me vol ontzag aan, ik had haar in mijn macht. ‘Heb je zin om mee te gaan naar de bar? Waar een vriend van me zit.’ ‘Ja daar heb ik wel zin in, zei ze met een geile blik in haar ogen.’ Dit ging wel heel makkelijk dacht ik bij mezelf. Waar had die homofiel hond van een Joppe deze trucs geleerd? Ik nam de dame mee naar de bar (ze zou, bleek later, Makreëla heten). Ze zag Joppe zitten en toen begon ze opeens te bulderen van het lachen. Ze rende naar de hond toe en begon hem driftig te aaien en te knuffelen, geil als ze was. Joppe tuitte zijn lippen en Makreëla deed gewillig het zelfde. Een dame met een lelijk rood jasje was op dat moment een homofiele hond met een roze cape vol op zijn mond aan het kussen, in een drukke kroeg. Ik stond daar maar, en kon niks uitbrengen. Maar toen gebeurde er nóg iets wonderbaarlijkers. Joppe veranderde langzaam aan in een knappe man. En niet eentje die op mannen viel, nee. Eentje waar iedere vrouw van droomt (en Makreëla dus ook). Zij leek allerminst verrast, want ze pakte zijn hand en samen liepen ze de kroeg uit. Mij verbouwereerd achterlatend. ‘Doe mij nog maar een pilsje’, schreeuwde ik tegen de barman. ‘Komt voor de bakker’.
Ik kwam me laatst een mooi beestje tegen. Hij noemde zichzelf Joppe [Frans uitspreken svp, vermeldde hij erachteraan]. Ik proefde al dat er iets niet klopte. Ik likte namelijk gierig aan zijn oren. Achteraf praten is natuurlijk makkelijk, maar nu weet ik pas wat hem merkwaardig maakte. Dit beest had een roze cape om zijn lichaam. Joppe, de hond, praatte tegen mij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dit is natuurlijk niet het geval, ook al beweren de Media iets anders. Laat u niks wijsmaken. Luister alleen naar mij, en het komt misschien allemaal nog goed met u.
‘Ken ik jou niet ergens van’?, probeerde ik tevergeefs. Maar Joppe pareerde werkelijk op briljante wijze de ene na de andere briljante vraag van mij. Langzaam begon IK de hond te worden van de twee. Hij draaide de rollen om! Wat was het toch een leep manneke. ‘Ken ik JOU ergens van’? , vroeg de hond met een allure die ik niet gewend was van dit soort type beesten. ‘Niet dat ik weet’, zei ik met een snik in me stem (tsja, ik moest toch íets proberen?!). Joppe keek me vol argwaan aan, hij wist dat ik loog. ‘Je ziet eruit alsof je wel een pilske kan gebruiken’. ‘Dat klopt’, zei ik. Hij nam me bij me arm (zoals een homofiele hond betaamt) en stak met mij de straat over. De straat waar het inmiddels ijzingwekkend rustig was voor deze tijd in het weekend. Ik telde hooguit 3 passerende auto’s. Een grijze Renault Clio (met Duits kenteken), een Volkswagen Golf (met kapot achterlicht) en een Ford Ka (vraag me niet hoe die eruit zag, ik wil jullie namelijk niet kwetsen).
We stapten de eerste de beste kroeg binnen en gingen aan de bar zitten. ‘Twee bier en een portie borrelnootjes’, zei Joppe tegen de barman. De manier hoe hij nootjes uitsprak beviel me allerminst. Hij wilde iets van me, dat was inmiddels wel duidelijk. We kregen de twee pilsjes en een bakje nootjes en Joppe begon tegen me te praten. ‘Wil je iets voor me doen?’, vroeg hij. Ik kon alleen maar onderdanig knikken, dus dat deed ik dan ook. ‘Ok, luister goed. Zie je die vrouw daar in de hoek? Met dat rode jasje?’ En of ik die zag, wat een spuuglelijk jasje had ze aan. ‘Je gaat zodirect naar haar toe en vraagt haar of ze van honden houdt. Vervolgens voer je haar een borrelnootje en als ze die op heeft vraag je haar of ze zin heeft om mee te naar de bar, waar een vriend van je zit.’ Joppe zat daar op die barkruk met een strakke hondenblik in zijn ogen. Ik vroeg waarom ik dit moest doen, maar het zei dat ik dat straks vanzelf wel zou zien.
Ik stapte van me kruk af en liep op de desbetreffende dame af. Ze zat daar in een hoek van de kroeg met een verveelde blik in haar ogen. ‘Hallo daar’, riep ik. De muziek stond namelijk erg hard aan. ‘Hallo’, zei ze zonder opkijken. ‘Vind je het goed als ik naast je kom zitten?’. ‘Ach, als je dat echt wil, maar ik ga niet met je neuken’. Pfff, deze dame zou geen gemakkelijke prooi worden. ‘Hou je van honden?’ Ze keek eindelijk op en keek me recht in de ogen. ‘Wat is dat nou voor een onnozele vraag?’, vroeg ze me. Vervolgens opende ik haar mond en stopte ik het borrelnootje dat ik de hele tijd in mijn hand had gehouden in haar mond. Het was een beetje gaan smelten in mij warme handen. De vrouw keek me vol ontzag aan, ik had haar in mijn macht. ‘Heb je zin om mee te gaan naar de bar? Waar een vriend van me zit.’ ‘Ja daar heb ik wel zin in, zei ze met een geile blik in haar ogen.’ Dit ging wel heel makkelijk dacht ik bij mezelf. Waar had die homofiel hond van een Joppe deze trucs geleerd? Ik nam de dame mee naar de bar (ze zou, bleek later, Makreëla heten). Ze zag Joppe zitten en toen begon ze opeens te bulderen van het lachen. Ze rende naar de hond toe en begon hem driftig te aaien en te knuffelen, geil als ze was. Joppe tuitte zijn lippen en Makreëla deed gewillig het zelfde. Een dame met een lelijk rood jasje was op dat moment een homofiele hond met een roze cape vol op zijn mond aan het kussen, in een drukke kroeg. Ik stond daar maar, en kon niks uitbrengen. Maar toen gebeurde er nóg iets wonderbaarlijkers. Joppe veranderde langzaam aan in een knappe man. En niet eentje die op mannen viel, nee. Eentje waar iedere vrouw van droomt (en Makreëla dus ook). Zij leek allerminst verrast, want ze pakte zijn hand en samen liepen ze de kroeg uit. Mij verbouwereerd achterlatend. ‘Doe mij nog maar een pilsje’, schreeuwde ik tegen de barman. ‘Komt voor de bakker’.
Labels:
homofiele,
Orlando Ruiz,
viervoeter
Diep
31 mei 2008, 18:05
Jammerend als een zwijn
Trek ik de mensen mee
Mijn dal in
Tot ze vallen
Diep
Dieper
Diepst
Ik win
Zij verliezen
Alles
Sorry
Jammerend als een zwijn
Trek ik de mensen mee
Mijn dal in
Tot ze vallen
Diep
Dieper
Diepst
Ik win
Zij verliezen
Alles
Sorry
Labels:
diep,
Orlando Ruiz,
sorry,
zwijn
Abonneren op:
Berichten (Atom)